Lagen en Complexe ziekte
Het is bij het gebruik van
een lagenmodel niet de intentie dat de lagen
als gedeelte behandeld worden in plaats van de totaliteit. Het geeft
vooral inzicht in de ontwikkeling
en stadia van ziekte, die van buiten naar binnen en van nu naar vroeger
behandeld moet worden met eventuele opeenvolgende of elkaar afwisselende
complementaire voorschriften. Deze tijdlijn verloopt volgen de Regels
van Hering.
Het is van belang in het kader van het behandelingsplan om het type
casus te differentiëren.
Bij een voorschrift op de essentie in het individuele type
casus (§ 9), kan worden
volstaan met één enkel middel. Dit is een uitzonderlijke situatie,
meestal zijn er in het verloop van de totale behandeling gedurende het
leven van de patiënt meerdere middelen nodig.
Bij het gelaagde type casus (§
38), zal men één actief ziektebeeld vinden, met sluimerende lagen
op de achtergrond. Hier bestaan de betrokken lagen in een seriële
relatie tot elkaar.
Bij een meer geleidelijk ontstaan van nieuwe lagen of ziektefasen,
kunnen deze elkaar ook overlappen en in meer of mindere mate actief of
latent zijn. Er kan per moment maar één laag de actieve (dynamische)
rol spelen, waarbij de anderen passief zijn.
De actieve manifestatie van de latente ziektes is afhankelijk van de
sterkte en externe invloeden. Hier bestaan de lagen min of meer actief
parallel naast elkaar. Dit is een transitietoestand naar het complexe
type. Lagen kunnen in verloop van tijd één complexe ziekte vormen.
Voor de symptomen van de diverse lagen kunnen meerdere middelen geïndiceerd
zijn.
Dit wil niet zeggen dat alle aanwezige oorzakelijk verschillende
klachten die een patiënt heeft tegelijkertijd behandeld worden.
De situatie kan aan de hand van het lagenmodel ontrafelt worden en in de
juiste volgorde behandeld worden.
Het eerste voorschrift betreft de dominante gesteldheid, gekoppeld aan
de meest beperkende klacht, diepste pathologie, zoveel als mogelijk in
omgekeerde volgorde van ontstaan. De actieve laag is vaak het meest
recent en het sterkst, wanneer deze wordt genezen of afgezwakt wordt de
nu sterkste passieve laag weer actief.
De symptomen van een sluimerende laag kunnen alleen maar gevonden worden
aan de hand van de ziektegeschiedenis, terwijl sommige oude eenzijdig
symptomen als effect hiervan een niet actief teken zijn.
Het door de lagen heen kijken en herkennen van diepere niet-actieve
lagen om hiermee op voorhand te bepalen welke middelen de patiënt in de
toekomst nodig zal hebben of hier zelf direct op voor te schrijven,
leidt niet tot positieve resultaten.
Voor een nieuw voorschrift moet na enige tijd van stabilisatie, het
huidige symptomenbeeld altijd opnieuw bekeken worden.
In het complexe type casus (§
42), ziet men de
symptomen van gescheiden en onderling verschillende symptoomcomplexen in
gelijke sterkte naast elkaar.
Bij deze situatie zijn geen sluimerende lagen betrokken.
Hier is vaak sprake van vergevorderde pathologie, complexe miasma’s,
niet-gelijksoortige ziektes of meervoudige verschillende aetiologie.
De ziekteontwikkeling is hier niet vloeiend verlopen, zoals bij het
gelaagde type, maar heeft een onregelmatige opbouw door de complexere
etiologie, waardoor verschillende gebieden van de constitutie bij de
diverse actieve ziekten betrokken zijn.
Wanneer twee of meerdere chronische ziekten een complexe ziekte vormen,
hebben deze actieve en sluimerende symptomen, ze heersen op de gebieden
van de constitutie waar ze de meeste affiniteit mee hebben.
Veel complexe ziekte is gebaseerd op meervoudige individuele oorzaak,
lagen en overgeërfde miasma’s, waardoor één constitutiemiddel
hiermee correspondeert. Naarmate de verschillende oorzaken verder in het
verleden liggen worden deze meer en meer in de constitutie geïntegreerd.
Het feit dat oorzakelijk verschillende ziektes actief naast elkaar
kunnen bestaan, betekent dat ze een gemeenschappelijke factor hebben.
Was dit niet het geval, dan zou de levenkracht als ondeelbare eenheid,
geen mogelijkheid hebben deze gelijktijdig en eenduidig in actieve
symptomen uit te drukken.
Nu is dit geen pleidooi voor het uitsluitend toepassen van één
diepwerkend middel voor de hele behandeling in het algemeen, want aan de
andere kant zullen intensieve verstoringen die oorzakelijk gescheiden
zijn, zich niet verenigen in één complexe ziekte met een overheersende
coherent beeld met gelijke generals en modaliteiten. Vaak zullen deze
lagen tegenstrijdig, dus onverenigbaar in één middel zijn,
bijvoorbeeld omdat ze verschillende natuurrijken of miasma’s
vertegenwoordigen.
Een voordeel van een dergelijk lagenmodel is dat er veel breder naar een
casus gekeken wordt, waardoor voor de totale behandeling niet
uitsluitend naar één simillimum gezocht wordt.
Het is een te beperkt uitgangspunt dat er altijd in alle gevallen en omstandigheden één diepwerkend middel bestaat, dat alle aanwezige symptomen van de patiënt omvat en dus de totale zieke kan genezen. |
Een valkuil bij het onderscheiden van de diverse lagen kan zijn dat er
routinematig diverse “standaard” middelen in directe afwisseling
gegeven worden, ook in casussen waarbij de lagen niet actief zijn.
Wanneer vanuit een vooringenomen optiek naar de verschillende
deelaspecten van een casus gekeken wordt, wordt werken met een
lagenmodel of ziekteclassificatie een zichzelf vervullende methode.
Middelen houden zich niet aan een kunstmatige indeling volgens lagen,
natuurrijk of miasma, ze zijn multipolair en kunnen een brug vormen
tussen diverse ziektes.
Alle actieve symptomen op een gegeven moment zijn een expressie van de eenheid
van de levenkracht.
Het laatste symptoom dat zich ontwikkeld heeft moet worden opgenomen in
het voorschrift en verder moet er in omgekeerde volgorde van verschijnen
naar de actieve symptomen gekeken worden. Hierbij moet men vooral oog
hebben voor de karakteristieke waarde (§ 153) van deze symptomen.
Een middel dat gebaseerd is op de actieve symptomen van de huidige
totaliteit, kan tijdens het doorlopen van de potentieschaal in staat
blijken meerdere, ook sluimerende lagen te verwijderen.
Hiermee worden de bij de patiënt aanwezige en verenigbare invloeden,
met één voorschrift cumulatief aangepakt.
Een classificatie waarbij op alle symptomen of oorzaak van elke
aanwezige laag strikt voorgeschreven wordt, is in principe een
behandeling met een open eind, waarbij vele middelen in veelvuldige
herhaling nodig zullen zijn, vaak alleen al om het neveneffect in de
vorm van toegevoegde symptomen afkomstig van de vele voorschriften te
behandelen.
Bij gebruik van gedeeltelijke middelen, zijn er frequente veranderingen
in de symptomen en terugval, waarbij deze middelen steeds minder
effectief worden.
In sommige casussen zijn er meerdere middelen nodig, maar dit mag geen
excuus zijn om oppervlakkige middelen voor te schrijven.
Deze methodiek vraagt onverminderd om precieze voorschriften (simillimum)
en mag niet leiden tot gedeeltelijke voorschriften (simile) leiden.
Het gevaar van palliatieve of onderdrukkende voorschriften is bij
gedeeltelijke voorschriften sterk aanwezig.
Het alterneren van middelen moet een uitzondering zijn in geval de
levenskracht zich op deze wijze presenteert, maar het moet geen
uitgangspunt zijn.
Hoe minder middelen en herhalingen er nodig zijn, des te kwalitatief
beter de voorschriften zullen zijn en effectiever en sneller de
behandeling zal verlopen.