Een sterke belasting kan er soms de oorzaak van zijn dat de normale constitutionele gesteldheid volledig onderdrukt wordt. Is dit het geval dan is er sprake is van een blokkade voor het constitutiemiddel.
Hier moet dan i.p.v. het constitutiemiddel (constitutioneel specificum) eerst een acuut, miasmatisch of pathologisch, ander hier nu passend specifiek homeopathisch tussenmiddel (intercurrent) gegeven worden.
Er zijn drie hoofdfactoren bij de ontwikkeling van lagen binnen de constitutie:
1. De ongelijkheid, niet-gelijksoortigheid van de ziekte;
2. De sterke van de verstorende invloed;
3. De tijdsduur;
De bovengenoemde verstoring is niet vanuit de constitutie, maar meer van buitenaf dynamisch bepaald. Naarmate deze invloed vaker optreedt of intenser is, kan deze zich in de constitutie verdiepen en een eigen root vormen. De levenskracht kan zich hiervan nu niet meer op eigen kracht herstellen.
Vithoulkas noemt dit het inplanten van een nieuwe laag van symptomatologie.
Elke invloed die de levenskracht wordt opgedrongen en (blijvend) moet worden geaccepteerd, houdt een verzwakking van de levenskracht in.
In eerste instantie zal het organisme op een belastende invloed, (met of zonder root hiervoor) vanuit de bestaande gesteldheid reageren en proberen te incasseren.
Maar wanneer deze intense stressfactor, een eigen individuele laag heeft gevormd, moet eerst op de gesteldheid van deze nieuwe Centrale Verstoring worden voorgeschreven.
Er wordt dus homeopathisch voorgeschreven en genezen. Dit beperkt zich niet tot het ‘opklaren van de casus’ d.m.v. een verondersteld ‘reactiemiddel’, waarbij de strikte regel van de Homeopathie om op symptomen voor te schrijven aan de kant geschoven wordt.
Organon § 213: "Men zal alleen homeopathisch kunnen genezen met behulp van een uit de geneesmiddelen gekozen ziekte-agens, dat - behalve overeenkomst van haar andere symptomen met die van de ziekte - ook het vermogen bezit zelf een overeenkomstig stemmings- of geestesgesteldheid te produceren."
Omdat het nieuwe beeld constitutioneel niet diepgaand is, kan men de karakteristieken en symptomen van de diepere onderliggende verstoring vaak nog herkennen.
Naar mate de belastende invloed sterker is, hoeft de predispositie minder te zijn om ziek te worden en overheerst de verstoring meer dynamisch, hier spelen de individuele constitutionele eigenschappen (karakteristieken) in mindere mate een rol voor de keuze van het juiste middel. Bij de behandeling moet dus rekening worden gehouden met de factoren: oorzaak/aanleiding (etiologie) en constitutie/ predispositie, voor het vormen van een laag en daarmee ook op de uiteindelijke werkelijke oorzaak. |
Er zijn twee casus anamnese methodieken, de individuele en
groepsanamnese. Er zijn individuele en collectieve ziektes.
Wanneer een casus is gebaseerd op meerdere oorzaken en unieke symptomen
moet de gevolgde methode, de persoonlijke anamnese zijn.
Wanneer the casus is gebaseerd op gemeenschappelijke oorzaak en
soortelijk gelijke symptomen, moet de groepsanamnese toegepast worden.
Wanneer de homeopaat de symptomen van een collectieve verstoring de
levenskracht ziet domineren, moet de behandeling zich daar op richten.
Nu is het zo dat de daadwerkelijke oorzaak of aanleiding niet altijd te
achterhalen is, maar deze wordt ook uitgedrukt in constitutionele
gesteldheid en de symptomen van de patiënt.
Er is een tendens in de Homeopathie om zich meer en meer te concentreren
op psychisch-mentale en algemene symptomen, zonder aandacht aan de
oorzaak te besteden.
De etiologie van een ziekte en miasma's, de constitutie en temperament van het individu en de totaliteit van tekenen en symptomen, zijn de drie factoren die een compleet beeld van een ziekte geven. |
Organon § 5:
"Voor zijn geneestaak heeft de geneesheer de volgende hulpmiddelen
nodig:
a. bij acute ziekte de gegevens van de meest waarschijnlijke aanleiding;
b. bij chronisch lijden de belangrijkste momenten uit de hele
ziektegeschiedenis, om de grondoorzaak ervan op te sporen, die
meestal berust op een chronisch miasma.
Vooral bij langdurig zieken zijn de volgende punten belangrijk: de
lichamelijke gesteldheid voor zover na te gaan, humeur en mentaliteit,
beroepsmatige bezigheden, leefwijze en gewoonten, maatschappelijke en
huiselijke omstandigheden, leeftijd en seksueel functioneren enz."
Organon § 6: "De onbevooroordeelde waarnemer weet hoe
waardeloos bovenzinnelijke speculaties zijn, die niet door ondervinding
kunnen worden bevestigd. Hoe scherpzinnig hij ook moge zijn, hij moet
het doen met wat hij zintuiglijk aan de buitenkant kan waarnemen aan
veranderingen in de toestand van lichaam en geest, aan
ziekteverschijnselen, bijzonderheden en symptomen. Dat zijn dan
afwijkingen van de gezonde, voormalige toestand van degene, die nu ziek
is, dus datgene:
wat de patiënt zelf voelt;
wat zijn omgeving aan hem waarneemt;
wat de arts zelf aan hem observeert.
Deze waarneembare verschijnselen tezamen vertegenwoordigen de ziekte in
haar volle omvang, d.w.z. ze vormen met elkaar het enig echte en enig
denkbare ziektebeeld."
Organon § 7: "Dan moeten, als men rekening houdt met eventuele
miasmata en ook bijkomende factoren (§5) niet vergeet, het ook alleen
die symptomen zijn die , waardoor de ziekte vraagt om en verwijst naar
die medicijn, die haar helpen kan. Dan moet de totaliteit van deze
symptomen, het innerlijke wezen van de ziekte waardoor , d.w.z. de
aandoening van de levenskracht naar buiten weerspiegelt, het voornaamste
of enige zijn de ziekte te kennen kan geven welk middel ze nodig
heeft."
Organon § 153: "Bij het opzoeken van een homeopathisch
specifiek geneesmiddel moet men de totaliteit der verschijnselen van de
natuurlijke ziekte, ter vergelijking, leggen naast de symptomenreeks van
de beschikbare medicamenten. Hierbij moet men vooral en bijna
uitsluitend, oog hebben voor de meer opvallende, ongewone en typerende
(karakteristieke) verschijnselen en symptomen. Want vooral die moeten
precies overeenkomen met symptomen uit het gezochte geneesmiddelbeeld,
wil dat middel voor genezing het meest passend zijn."
Bij de zoektocht naar het ware constitutiemiddel wordt een permanente essentie geconstrueerd, van iets wat continu aan het veranderen is. Hoewel vele casussen verbeterd zijn door één constitutioneel voorschrift, moet men zich realiseren dat dit het meest gunstigste geval is. Complexe chronische ziekte bestaan vaak uit meerdere van elkaar afhangende componenten, in plaats van één enkele constitutionele factor. Er is een synergetische relatie/balans, tussen constitutie/ susceptibiliteit en etiologie (uitlokkende oorzaak, miasma, onderdrukking, iatrogene factoren etc.). De eigenschappen van de natuurlijke constitutie (individu), samen met de symptomatische veranderingen veroorzaakt door de ziekte (effect) moeten inbegrepen worden. De individuele constitutie kan niet gescheiden worden van de ziekte die het ondergaat. |
In plaats van een perfecte overeenkomst in de individuele
symptomen van de patiënt en het geneesmiddel te vinden, moeten we een
geneesmiddel proberen te vinden dat perfect overeenkomt met de conditie
van de patiënt. Opmerkelijke veranderingen in de gezondheidstoestand,
uitlokkende of fundamentele oorzaken moeten beschouwd worden en met de
ziekte in verband gebracht worden.
De meeste symptomatologische lagen vormen rond de oorzaak die de
levenskracht diep aangedaan hebben. Ze kunnen actief, sluimerend of
latent aanwezig zijn, afhankelijk van de interne dynamiek van de
levenskracht. Zo kunnen lagen van pathologie gevormd worden binnen de
levenskracht, die bestaande andere chronische klachten verdringen of in
combinatie hiermee bestaan.
Organon §36: "Stel dat er twee op elkaar niet gelijkende
ziekten bij éénzelfde persoon samen komen, de één na de ander.
Als ze even sterk zijn of de eerste sterker dan de tweede, dan
wordt het lichaam door de eerste ziekte beschermd tegen de nieuwe
aandoening."
Organon § 38: "Stel dat de erbij komende ziekte nieuwe niet
gelijkende ziekte sterker is dan de eerste. Dan onderdrukt die de
eerste ziekte, schort die als het ware op, tot de nieuwe ziekte zijn
verloop gehad heeft of genezen is. Daarna komt de eerste ziekte, ongenezen,
weer opzetten."
Organon § 40: "Het kan tenslotte gebeuren, dat een nieuwe
ziekte, na langdurige inwerking op het organisme, zich met de oude, die
er niet op gelijkt, tot een ziektecomplex verenigt. Elk van beiden vindt
haar eigen locatie in het organisme, nestelt zich in de voor haar meest
passende organen en neemt a.h.w. de haar typisch toekomende plaats in.
De rest laat ze over aan het andere ziektebeeld, dat niet op haar
lijkt."
In sommige casussen is één enkel middel in staat om het hele complexe
ziektepatroon te verwijderen, terwijl in andere gevallen een serie van
goed gekozenen middelen nodig is om de genezing af te ronden.