De nosodes vormen een aparte groep binnen de middelen, ze kunnen zich als een normale laag laten zien, zoals andere middelen met een duidelijke constitutionele indicatie, maar de andere mogelijkheid is dat ze verstrengeld zijn met een onderliggende laag. In zulke gevallen ziet men niet de aanwijzingen voor één middel, maar voor twee. Er zijn duidelijke symptomen voor beide middelen tegelijkertijd aanwezig, wat de keuze moeilijker en de resultaten minder voorspelbaar maakt.
Zeker bij een zwakke constitutie dus met meerdere intensieve miasmatische predisposities, kan men het constitutiemiddel vaak niet direct herkennen.
Zelfs als dit Simillimum bekend zou zijn, is het de vraag of het door de blokkerende lagen kan werken.
In het geval het nog wel kan werken kan dit gepaard gaan met langdurige verergeringen, vooral waar sprake is van vroegere onderdrukking.
Genezing kan hierdoor mislukken, niet mild zijn of relatief veel tijd in beslag nemen.
De keuze van een middel kan o.a. gebaseerd zijn op:
1. Constitutionele indicatie:
Gebaseerd op de symptomen volgens de aanwijzingen van Kent; 'Drugpictures'; Mentale, Generale en Plaatselijk karakteristieke symptomen. De hele mens, niet zijn (locale ziekte): constitutionele/ miasmatische basis, predispositie van de ziekte & totaliteit van symptomen.
2. Specifieke of Homeopathische indicatie:
1. Key-notes;
2. Totaliteit van de karakteristieke symptomen (locatie, gevoel, modaliteiten en concomiterende symptomen);
3. Symptomen van de oorzaak (causaliteiten) en miasma's.
3. Organotrope indicatie:
Symptomen en tekens die behoren tot de geneesmiddel-affiniteit en pathologie van de verschillende organen, weefsels en stelsels van het lichaam. (gelokaliseerde symptomen)
Elk echt genezend voorschrift, hoe je het ook zou willen noemen, is gebaseerd op constitutionele symptomen (Mentals, Generals & Particulars). (Hierbij gaat het niet om voorschriften in ehbo situaties etc., waarbij een middel wordt ingezet om het herstel te bevorderen.) |
Het is dus bij
het gelaagde type casus beter de totale ziekte gedeeltelijk (laag voor
laag) te verwijderen, het afpellen in de juiste volgorde (bovenste laag/
present predominating state) van de lagen van de hele individuele
gesteldheid.
Er wordt hier van de huidige individualiteit (Simillimum voor het
moment), naar een diepere, meer persoonlijke essentie gewerkt.
Het is ook mogelijk en effectief op meer dan één laag tegelijk voor te
schrijven, speciaal in die gevallen met veel 'inertie' door complexe
etiologie.
De verschillende lagen of aspecten van de casus worden behandeld met
verschillende middelen, welke in sequentiële volgorde (meestal in hoge
potentie), in een tijdsbestek variërend van enkele minuten tot een dag
apart van elkaar voorgeschreven worden. Een andere manier is om deze
middelen op een regelmatige basis alternerend voor te schrijven. Een
andere, betere methode is om één middel proberen voor te schrijven,
welke alle actieve aspecten van de casus afdekt.
F. Eizayaga heeft een model op gezet om de verschillende
symptomen en karakteristieken van een patiënt te onderscheiden om het
juiste middel te vinden.
Hij ziet de disharmonie van de patiënt als uit een serie van
concentrische bestaande lagen, welke vanaf het oppervlak naar binnen
verlopen.
Er zijn bij behandeling vier hoofdgroepen van lagen, die in onderstaande
volgorde beschouwd worden:
1. Locale of Laesie laag;
2. Fundamentele laag;
3. Miasmatische laag;
4. Constitutionele laag.
Constitutionele laag:
Deze laag heeft betrekking op de hoofdzakelijk gezonde eigenschappen.
Deze zijn voor het merendeel genetisch en onveranderlijk. Hieronder valt
het lichaamstype, kleur van het haar, basis karakter/persoonlijkheids
type. Voedselvoorkeur of afkeer, Generale modaliteiten met betrekking
tot temperatuur en klimaat. Alle tekenen en symptomen op dit niveau
hebben in principe te maken met gezondheid en zijn min of meer normaal;
ze zijn niet pathologisch of te genezen. Het doel van deze behandeling
is preventief, het versterkt de constitutie en voorkomt daarbij
toekomstige ziekte. Een kleine groep basis polychresten van mineralen
die betrokken zijn bij fundamentele fysiologische processen, komt bij de
deze behandeling in aanmerking, voornamelijk Sulphur, Calcarea carbonica,
Silicea, Phosphorus, Lycopodium.
Baby's en kinderen worden vaak op dit niveau behandeld, omdat
volwassenen vaak andere lagen verworven hebben, welke eerst verwijderd
moeten worden voordat de onderliggende constitutionele laag behandeld
kan worden.
Fundamentele laag:
Deze laag heeft betrekking op de functionele symptomen van het
psychisch/ mentale en fysieke niveau. Dit zijn de verworven
karakteristieken, welke kunnen veranderen tijdens het leven van de
persoon. Symptomen op dit niveau hebben betrekking op de hele mens, en
niet zijn (locale)ziekte, maar het zijn afwijkingen van de gezondste
toestand van de persoon.
Deze laag komt in sterke mate overeen met Kent zijn 'constitutionele'
geneesmiddelbeeld.
Deze laag wordt vaak veroorzaakt door een emotionele etiologie (wound),
zoals verdriet, angst, boosheid, etc. Voedsel verlangens of
intoleranties behoren ook bij dit beeld, omdat ze niet bij een normale
gezondheid behoren. Alle symptomen van deze laag zijn in het algemeen
omkeerbaar en te genezen. Het doel van de behandeling is om de
functionele verstoring te verwijderen en de patiënt terug te brengen
naar zijn oorspronkelijke constitutionele laag.
Laesie laag:
Wanneer de ziekte zich gelokaliseerd heeft in een orgaan, systeem, of
weefsel, staat dit bekend als een lease. Het kan mogelijk zijn dat dit
los van de andere lagen behandeld moet worden.
Het voorschrift wordt gebaseerd op klinische diagnose, de symptomen van
de ziekte en alle lokale modaliteiten, concomiterende symptomen en
verandering. Alleen die psychisch/mentale en generale symptomen worden
gebruikt, welke verschenen of verergerd zijn sinds de ziekte bestaat.
De hiërarchie in symptomen die gehanteerd wordt is dus precies
tegenovergesteld aan die gebruikt wordt bij een constitutioneel
voorschrift. Het doel is om de gelokaliseerde ziekte te verwijderen,
voordat de patiënt (verder) genezen kan worden. Het laesie middel kan
dezelfde zijn als het fundamentele middel, of kan een complement hiervan
zijn, welke een pathologische verandering vertegenwoordigt afhankelijk
van de onderliggende fundamentele susceptibiliteit.
Miasmatische laag:
De nosodes, Psorinum, Tuberculinum, Medorrhinum, Syphilinum en
Carcinosinum worden tijdens of na de behandeling voorgeschreven om de
corresponderende (verworven) predispositie tot bepaalde ziekteprocessen
tegen te gaan.
Veel homeopaten maken geen onderscheid tussen een 'constitutioneel' en
'fundamenteel' middel.
Er wordt van 'het constitutiemiddel' gesproken als het beeld van
de verstoring constitutioneel redelijk diepgaand herkenbaar is, maar met
dit Simillimum wordt niet direct een voorschrift van 'het enige ware
middel constitutiemiddel' bedoeld, welke ook de totale aangeboren
eigenschappen van het 'basistype' (morfologische en psychologische
tekens) omvat.
Er wordt dus een constitutioneel diepgaand middel mee bedoeld,
maar het kan uiteindelijk toch een verworven fundamentele laag blijken
te betreffen, (welke de aangeboren constitutie bijna volledig maskeert,
alsof dit het aangeboren constitutiemiddel is) zodat later in de
behandeling toch nog één of meer volgende complementaire middelen
gegeven moeten worden.
In dit boek wordt de term 'constitutiemiddel' in bovenstaande betekenis
gebruikt, wanneer de aangeboren constitutie wordt bedoeld, wordt dit er
expliciet bij vermeld.
L. de Schepper noemt als aangeboren constitutiemiddelen: Sulphur,
Calcarea carbonica, Calcarea phosphorica, Silicea, Phosphorus,
Lycopodium en Baryta carbonica.
P. Herscu: Calcarea carbonica, Lycopodium, Natrium muriaticum,
Phosphorus, Pulsatilla, Sulphur. Bij deze lijst kan Lachesis en
Graphites als veel voorkomende basistypen toegevoegd worden. Maar zelfs
wanneer op het niveau van de aangeboren constitutie behandeld wordt is
er sprake van het behandelen van een laag, welke de laag van werkelijke
individualiteit/ persoonlijkheid maskeert.
Het bestaan van een verstoring, zelfs gedurende een zeer lange tijd, zelfs van voor de geboorte, wil dus nog niet zeggen dat de hier passende remedie 'het enige ware constitutiemiddel' is. |
Het kan het geval
zijn dat de verworven fundamentele laag en de aangeboren constitutionele
laag hetzelfde middel nodig hebben voor behandeling, het enige verschil
in de behandeling kan de
potentiekeuze zijn. Om de aangeboren constitutie te behandelen worden
vooral de hogere potenties (10M), gebruikt.
Naar aanleiding van een opmerking van Kent, dat een bepaalde remedie
'een psoramiddel met een diepgaande invloed op de constitutie' is, zegt Vithoulkas:
"Hier moet bezwaar worden gemaakt tegen de opvatting dat een
geneesmiddel als een constitutiemiddel wordt aangemerkt vanwege zijn
diepgaande werking.
Steeds meer ben ik mij gaan realiseren dat alle geneesmiddelen even
diepgaand werken als zij worden geselecteerd op basis van werkelijke
gelijksoortigheid.
Allemaal werken zij constitutioneel en hebben zij overeenkomstig diep
effect als zij op de juiste gronden worden voorgeschreven. Precies zoals
zij allemaal, afhankelijk van het inzicht van de homeopaat, kunnen
worden uitgekozen om oppervlakkige redenen en bijgevolg niet meer dan
een onvolledige werking zullen vertonen, zo kunnen zij een
constitutionele invloed hebben indien ze worden voorgeschreven op een
dieper, met de gehele constitutie overeenstemmend niveau.
Het eigenaardige hier is dat doorgaans eerst oppervlakkig werkende
middelen dienen te worden gegeven voordat kan worden overgegaan op het
ware constitutiemiddel.
Niettemin geloof ik dat Kent het bovenstaande bedoelt als hij het over
een constitutiemiddel heeft. De verwarring is ontstaan door zijn
volgelingen."
C.R.Coulter: "De meeste mensen hebben te veel verschillende
kanten om allemaal tegelijk door één middel gedekt te worden. Te veel
factoren van erfelijke ziekte, etnische afkomst, beroep, emotionele
spanning en milieu-invloeden beïnvloeden dit basistype, laten hun
sporen na en brengen nieuwe complicaties naar voren bij het
oorspronkelijke constitutionele beeld."
M.Miles: Constitutionele behandeling versterkt primair het
organisme, wat niet per definitie inhoudt dat ook de klachten
verdwijnen. Constitutiemiddelen zijn geen sluitende oplossing voor alle
problemen. De individualiteit van de patiënt verleent het ziekteproces
zijn uniekheid, daar zowel individu als ziekte gebruik maken van
dezelfde uitdrukkingsmogelijkheden van het totale organisme. De ziekte
kan wortels en vertakkingen hebben in de fijnstoffelijke anatomie van de
patiënt en als zodanig meer dan één geneesmiddel vergen om te
genezen. Deze geneesmiddelen zullen de patiënt qua welbevinden vooruit
helpen, maar behoeven niet perse verband te houden met het
constitutiemiddel.
Desondanks valt het bewerkstelligen van gezondheid grotendeels toe te
schrijven aan het constitutiemiddel. Het dringt dieper door tot het
organisme en verhoogt het gezondheidsniveau in aanzienlijke mate, met
gevolg dat teruggang wordt voorkomen.
In de fase dat zich als gevolg van de activiteit van een groot
constitutiemiddel vervelende situaties of zelfs verslechteringen
voordoen, hoeft de homeopaat niet werkeloos toe te kijken. Zo zijn er
geneesmiddelen, soms tussenmiddelen, die het constitutiemiddel
ondersteunen en versterken en de patiënt door moeilijke periodes heen
helpen. Hier wordt niet gedoeld op medicaties om verslechteringen te
verzachten, daar die slechts van tijdelijke aard zijn, maar op
geneesmiddelen met een versterkende invloed tijdens de reactiefase van
het constitutiemiddel. Ze verminderen de negatieve, innerlijke reactie
op de verergering en niet de activiteit van het constitutiemiddel als
zodanig. Tevens zorgen ze ervoor dat de patiënt niet terugvalt in oude
gewoontes.
De subtieler wezensdelen zijn ontvankelijker dan het stoflichaam en
reageren daardoor sneller en gemakkelijker op gepotentieërde
geneesmiddelen. Reacties op het fysieke vlak houden door de traagheid
van dit niveau langer aan en zijn in de regel hinderlijker voor de patiënt.
Bijgevolg zal vooral op het fysieke niveau steun moeten worden
geboden."
Verder vindt Miles vanuit zijn opvattingen over de ontwikkelingsgang van
de mens door de drie natuurrijken, het een logische consequentie dat elk
mens op constitutioneel vlak een driedeling vertoont, die feitelijk om
drie constitutiemiddelen vraagt: een middel uit het mineraalrijk, een
uit het plantenrijk en een uit het dierenrijk. Hij zegt: "De reeks
geneesmiddelen die een patiënt nodig heeft stemt overeen met diens
habituele gedragspatroon. Een bepaalde prikkel roept een vast
reactiepatroon op. Er bestaat een gedragscyclus, voor elk stadium van de
cyclus is een homeopathisch geneesmiddel nodig. Eén van de
geneesmiddelen in de cyclus zal het constitutiemiddel zijn, dat
doorgaans eerder een versterkende dan een genezende uitwerking heeft. In
tegenstelling tot wat algemeen wordt aangenomen, hebben patiënten lang
niet altijd hetzelfde geneesmiddel in oplopende potentie nodig. Heel
vaak verandert na een geneesmiddel het symptomenbeeld en komt de patiënt
op een punt dat een ander middel noodzakelijk maakt. Met het evolueren
door de verschillende stadia wijzigt zich het beeld. Bovendien blijft de
karmische belasting voortdurend een rol spelen. Bijgevolg moet
regelmatig worden voorgeschreven op etiologie ten einde de patiënt 'bij
te werken'. Bij een dergelijke aanpak zijn de geneesmiddelen in de regel
na 6 à 12 weken uitgewerkt, waarna de patiënt overgaat in een volgende
fase die een nieuw voorschrift vergt. Als de kringloop overgaat in een
spiraal, kan ook de geneesmiddelreeks veranderen.