Vithoulkas: "Het organisme is
in staat complexe energievelden voort te brengen, in
overeenstemming met de informatie die ligt opgeslagen in
innerlijke codes (DNA, RNA, genen, chromosomen, etc.) die
bepaald zijn door (erfelijke) aanleg en persoonlijke
ervaringen".
Whitmont: "De psychologische structuur is dus niet
alleen het resultaat van de conditionering van de
omgeving en invloeden tijdens de ontwikkeling.
Dit verklaart waarom bij een pasgeboren baby een
constitutioneel middel nodig en werkzaam kan zijn."
|
|
F.Degroote: "Naast
inherente erfelijke factoren en omgevingsinvloeden speelt
ook de persoonlijkheid, individualiteit of ego een rol.
Een mens is niet het product van erfelijkheid (inclusief
mogelijke ziekten of trauma's) welke zijn effect op
lichamelijke bestaan kunnen hebben en evenmin het product
van opleiding, culturele, sociale invloeden, of een
combinatie van beide denkbeelden.
Een mens is een groeiend, zich ontwikkelend spiritueel
wezen, in plaats van een product.
De individualiteit of geest is karakteristiek voor de
mens en drukt zijn stempel op andere existentiële delen
(namelijk het fysieke, mentale en het emotionele lichaam)
en vormt geleidelijk elk mens, tot aan het fysieke
erfelijke niveau, om in een individueel- spiritueel wezen."
Er is in een mens, naast krachten die erfelijk zijn
overgedragen, een individuele kracht aanwezig, die
geleidelijk moet gaan domineren over de erfelijke
invloeden en zichzelf moet ontplooien, maar de overgeërfde
krachten blijven altijd gedeeltelijk aanwezig."
Er kunnen bij de homeopathische behandeling dus twee
soorten middelen naar voren komen: een individueel middel
op grond van de individuele symptomen en middelen die in
een bepaalde mate ook gerelateerd zijn aan de 'erfelijke
invloeden'.
Constitutionele eigenschappen (archetypisch patroon) vormen de predispositie en bepalen de susceptibiliteit voor het ontwikkelen van ziekte. Het zijn dus ook de individuele factoren, die naar het Simillimum wijzen. De constitutie is niet de enige bepalende factor in ziekte: De etiologie van een ziekte en miasma's, de constitutie en temperament van het individu en de totaliteit van tekenen en symptomen zijn de drie factoren die een compleet beeld van een ziekte geven. |
Bij Masi gaat het om diepste kern, de nucleus,
de innerlijke logica van een mens, de blijvende
basis van al zijn gedragingen. Een mens wordt beschouwd
als een spiritueel wezen, die gedurende zijn leven er
naar streeft om een optimale balans te herkrijgen, ten
aanzien van zichzelf, zijn omgeving, de hele Kosmos en
God, zoals de mens van voor de zondeval in het paradijs.
Deze susceptibiliteit wordt gevormd door: Onbewust= PSORA1
(het gemeenschappelijke van alle mensen, het gescheiden
zijn van het Absolute) + PSORA2
(hoe deze scheiding van het absolute en van zijn
persoonlijke bestemming ervaren wordt).
Er zijn verschillende reactiepatronen mogelijk vanuit
deze basale gesteldheid (PSORA =
fright), SYCOSIS = fight (Hyperreactie), SYFILIS
= flight (Hyporeactie).
In dit dynamisch- miasmatische concept van de psychisch-mentale
symptomen is er sprake van een meer totale benadering van
zowel de patiënt als het middel, in welke de drie
klassieke miasma's verenigd en behandeld worden door één
middel.
Dit middel kan in principe elk middel uit de Materia
Medica zijn.
Sommige homeopaten geloven dat dit middel wat past bij
een patiënt's individuele type en onveranderlijk tijdens
het leven is, ook elke acute situatie welke zich voordoet
geneest, wanneer het gegeven wordt in een acute potentie.
Trevor Smith: "Het constitutie of 'totaal'-middel,
dat past bij de algehele fysiologische en psychologische
structuur energiestromen, metabole activiteit en
geesteshouding, is vaak in verschillende levensfasen en
ten tijde van crisis nodig."
De (min of meer) 'normale, gezonde', evt. positieve of constructieve
kwaliteiten of constitutionele
typologische eigenschappen zoals fysieke kenmerken en
karakter etc. worden niet behandeld, maar alleen de evt.
aanwezige pathologie (beperkende of te eenzijdige
eigenschappen, waardoor men niet meer normaal op zijn
omgeving kan reageren).
A.Pasma: "Tijdens ziekte vertoont een mens de pathologische
karikatuur van een geneesmiddelbeeld.
Tijdens (relatieve) gezondheid vertoont een mens de fysiologische
karakteristiek van een medicijn"
L.Detines: "Symptomen zijn niet meer dan een
uiterlijke expressie van de levenskracht in een
verstoorde toestand. Ze zijn per definitie pathologisch.
Het psychisch-mentale niveau heerst in hoge mate over het
lichaam, daarom kan de nadruk gelegd worden op de
psychisch-mentale miasmatische symptomen, omdat deze
primair zijn en de basis van ziekte vormen.
Het verschil tussen de karakteristieken van een gezond
persoon en de psychisch-mentale symptomen die hij laat
zien bij ziekte, is alleen een kwestie van gradatie.
Ziekte versterkt, vermindert of verstoort kwaliteiten die
reeds aanwezig zijn.
De karaktereigenschappen van iemand die in een goede
gezondheid verkeert, dat is iemand die goed in balans is,
zijn nauwelijks op te merken, maar in ziekte worden
sommige meer acuut en duidelijk te zien.
Het middel is dus een karikatuur van een gezond persoon.
De mens is geen geneesmiddelplaatje, maar wordt het
geneesmiddelplaatje in ziekte.
Ziekte is een geïntensifieerde respons op het leven, een
crisis van aanpassing op omstandigheden, symptomen zijn
dus manifestaties van het normaal functioneren van het
organisme."
|
Het middel moet zowel passen bij het karakter van de ziekte en bij de symptomen van de constitutie die er weerstand aan biedt. Mensen moeten dus niet geïdentificeerd worden met middelen, wel kunnen ze symptomen van een middel hebben in een bepaalde fase van hun leven, of zelfs vanaf hun geboorte. |
P.M. Bailey: De term 'constitutioneel'
wordt in meerdere opzichten gebruikt door homeopaten.
De term wordt hoofdzakelijk voor het volgende gebruikt:
'Constitutioneel voorschrijven' heeft betrekking op het
selecteren van één middel welke de totaliteit van de
patiënt zijn symptomen dekt, (zowel psychisch-mentaal
als fysiek) op een gegeven moment. Dit in tegenstelling
tot 'lokaal voorschrijven' waarbij het voorschrift
gebaseerd wordt op een paar gelokaliseerde symptomen.
Een 'constitutiemiddel' is een middel dat de totaliteit
van de psychisch-mentale en fysieke karakteristieken van
de patiënt dekt gedurende een lange tijdsperiode, met
uitzondering van tijdelijke veranderingen gedurende acute
ziekte.
Sommige homeopaten gebruiken de term 'constitutiemiddel'
om te verwijzen naar de diepste lagen van de constitutie
van een persoon, welke gedeeltelijk vervaagd wordt door
meer oppervlakkigere lagen. Dit is een ongelukkig en
misleidend gebruik van de term, omdat men nooit zeker kan
weten welk middel, als dit al het geval is, onder de laag
aan het oppervlak ligt, totdat die laag adequaat
behandeld is. Bovendien is de laag aan het oppervlak het
meest duidelijk.
Alleen iemand met een sterke
constitutie blijft gedurende zijn
leven op hetzelfde constitutiemiddel,
wat bij welke aandoening dan ook helpt: het
ware Simillimum.
Dit is het ene constitutiemiddel,
waarbij de essentie
van het middel als een rode draad door het leven van de
patiënt loopt.
Elk middel kan in principe dit
constitutiemiddel zijn!
Een stabiele toestand van lichaam en geest kan als een
laag van iemands constitutie beschouwd worden. Alleen als
iemand gedurende heel zijn leven de symptomen van één
middel heeft, is dit het meer
constitutionele middel en is met grote zekerheid te
voorspellen, dat de klachten op dit middel zullen genezen.
Met andere woorden de levenskracht resoneert met
hetzelfde middel, vanaf de geboorte tot de dood, met
eventuele uitzondering van periodes van acute ziekte.
Traumatische ervaringen kunnen de levenskracht van een
persoon naar een andere frequentie verschuiven, waardoor
een nieuwe laag gevormd wordt, maar vaak veroorzaakt het
een verslechtering van functioneren binnen dezelfde laag.
Het afweermechanisme houdt de pathologie dan vrijwel op
het hetzelfde niveau.
De prognose voor de verdere gezondheid is hier dus heel
goed.
Het gebeurt vaak dat een persoon is geboren met maar één
constitutionele laag, of die nu miasmatisch is of niet en
de behandeling herstelt de balans eenvoudig binnen
dezelfde laag.
De persoon blijft dus gedurende heel zijn leven binnen
die laag.
Psorische patiënten reageren het gemakkelijkst op één
vast simillimum. Maar vanaf het moment dat een ziekte
afhankelijk is van een meer complex miasma, zijn er
meerdere opeenvolgende middelen noodzakelijk om het te
genezen.
Chronische lagen zijn redelijk stabiel, een nieuwe laag
kan toegevoegd worden door blootstelling aan traumatische
invloeden, maar het kan ook zijn dat de nu bestaande
gesteldheid al bestond voor deze gebeurtenis.
Volgens Vithoulkas zou er zelfs bij één
duidelijk constitutiemiddel na jaren
toch nog een terugval
kunnen optreden en ditzelfde middel weer nodig zijn.
Als men hier in staat was geweest om het volgende middel
te geven zou een terugval minder waarschijnlijk zijn
geworden. Als er dan toch een terugval zou optreden, zou
dit naar het laatst gegeven middel zijn.
De werkingsduur van het middel is hier lang, maar zelfs
hier zou er dus toch nog een complementair
middel nodig zijn, maar het geneesmiddelbeeld zal hier
zeker niet diepgaand en herkenbaar
zijn, zoals dit bij het hoofdmiddel het geval was. Een
brede constitutionele overeenstemming en de kenmerkende
psychische-mentale symptomatiek van het volgende middel
zal dus ontbreken. Een onderliggende laag kleurt
vaak de symptomatologie van de patiënt.
Naast het constitutionele type casus is er nog
een andere mogelijkheid:
Dat is het gelaagde
type casus, in dit geval waar
meerdere lagen bij betrokken zijn, is het beeld van het
middel niet zo duidelijk. Sommige mensen zijn geboren met
meerdere lagen van pathologie, welke ze overgeërfd
hebben van hun ouders. Meestal komt de bovenste laag tot
uitdrukking, totdat deze door het correcte homeopathische
middel verwijderd wordt, waardoor de laag eronder naar
boven komt.
Soms gebeurt het dat een persoon spontaan uit een
constitutionele gesteldheid 'groeit' naar een andere, dit
gebeurt vooral tijdens de kinderjaren.
Bijvoorbeeld: Calcarea carbonica, Sulphur, Lycopodium,
Phosphorus of Calcarea phosphorica.
Dit is geen pathologische verandering en hoeft niet terug
gebracht te worden door een correct voorschrift, behalve
als de vorige toestand pathologie ontwikkeld heeft, welke
niet genezen is maar onderdrukt.
Hier beslaan meerdere complementaire middelen de hele
constitutie, deze zijn dan soms onafhankelijk van elkaar
in volgorde of in een cyclus van
herhaling nodig.
Er zijn soms wel twee, drie of meer opeenvolgende (complementaire)
constitutionele middelen nodig om de corresponderende
lagen van een hele predispositie (laag van ziekte) te
verwijderen, voor er een zeker evenwicht van gezondheid
bereikt is. Als deze hele predispositie verwijderd is,
geeft dit de duidelijke verbetering van de gezondheid en
meer psychisch-mentale vrijheid. Hier zijn dus meerdere
middelen nodig om hetzelfde resultaat te krijgen, als in
een geval waar maar één middel nodig was.
Er is nog een andere mogelijkheid. Naast het constitutionele
en gelaagde type casus bestaat nog
een derde type gevallen. Hier is er helemaal geen sprake
van een duidelijk beeld, maar zien we de
symptomen van verschillende middelen door elkaar
en is het nog moeilijker om te zien welk middel nodig is.
Als hier dan de bovenste laag verwijderd wordt, geeft dit
vaak geen echte verbetering, maar de duidelijkheid voor
het volgende middel neemt wel toe.
Er bestaan dus indicaties voor meerdere mogelijke
middelen, er zijn soms karakteristieken van de diepere
lagen te zien, maar de meest dominante karakteristieken
behoren tot de bovenste laag, in het bijzonder de meest
ernstige symptomen die een probleem en beperking voor de
patiënt betekenen.
Overgeërfde lagen van pathologie komen frequent overeen
met de miasmatische middelen: Psorinum, Syphilinum,
Medorrhinum, Carcinosin en Tuberculinum.
Als deze lagen verwijderd zijn vindt men vaak niet-miasmatische
lagen daaronder.