Archetypen en Schaduwen

Mensen worden door de archetypen gedreven tot een automatisch gedachten- en gevoelspatroon. Een archetype of prototype is als diepste inhoud van het collectieve onbewuste een oorspronkelijk patroon, waarnaar alle andere soortgelijke zaken gemodelleerd worden. Volgens Jung zijn archetypen op zichzelf niet meer dan energetische basispatronen en motieven, welke afkomstig zijn uit het gemeenschappelijke geheugen. Jung stelt dat er evenveel archetypen zijn als er voor de overleving relevante situaties voorkomen. Zo zijn er archetypen volgens het metaforisch patroon van mensen, familie, sociale situaties, objecten, vormen, gebeurtenissen, verhalen, planten, mineralen en dieren. Iedereen wordt geboren met dezelfde archetypen, welke de kern van een complex kunnen vormen. De archetypen zijn instinctieve structuren van de psyche welke fungeren als kanalen voor enorme stromen van primaire psychische energie. Door de eigen dynamische opbouw, drukken deze hun stempel van het eigen specifieke patroon van deze energie.

Er zijn twee vormen van het onbewuste of schaduw:

  1. Persoonlijk onbewuste
  2. Collectieve onbewuste

Het persoonlijk onbewuste is een geheugen met een min of meer aanvaard of verdrongen psychische inhoud, in relatie met persoonlijke problemen en zaken. Het collectieve onbewuste is een bredere vorm van het persoonlijk onbewuste, waar de ervaring van de hele beschaving zich bevindt sinds de creatie van de mens. Deze bevat dus een enorme kennis en macht, alle dromen, voorgevoelens, archetypes, symbolen, legendes, enz., zijn verborgen in de dieptes van het collectieve onbewuste. Bij het persoonlijke en collectieve onbewuste kan men verder nog een onderscheid maken in meer biologische/ instinctieve lagen en meer culturele/ ideële lagen. Het persoonlijk onbewuste bestaat hoofdzakelijk uit complexen, terwijl de inhoud van het collectieve onbewuste wordt gevormd door archetypen. Het collectieve onbewuste deel van de psyche bestaat uit aangeboren predisposities, welke niet individueel verworven zijn zoals dit wel van toepassing is op aspecten van het persoonlijk onbewuste. Sommige van deze erfelijke patronen zijn universeel aanwezig, anderen zijn individueel bepaald. Het collectieve onbewuste is dus niet buiten de mens gelegen, is deel van de eigen psyche als niet zelf verworven, maar een aangeboren deelaspect. Het collectieve onbewuste, door Jung ook als de objectieve, niet-persoonlijke psyche aangeduid, vormt de basisstructuur van de psyche, het is van nature onbewust en bezit autonomie. De krachten die werkzaam zijn in de diepere lagen van de psyche werken door in de hogere dimensies.

De persona is het deel van de persoonlijkheid dat wordt ontwikkeld als beeld van zichzelf in het contact met en als aanpassing aan de buitenwereld. De persona is de bemiddelaar tussen de buitenwereld en het ego en heeft de functie om de ‘dierlijke neigingen’ van de schaduw te maskeren. Twee sterk contrasterende aspecten van de persoonlijkheid, zijn elkaars complement en tegenwicht, waarbij de schaduw de extremen van de persona compenseert en de persona de onaangepaste neigingen van de schaduw. De persona is bij de man het op logica en beheersing gerichte mannelijke principe, bij de vrouw het verenigende, verzorgende en voedende principe. Jung noemde het mannelijke onbewuste aspect van de vrouw de animus en het vrouwelijke van de man de anima. De persona en anima/ animus kunnen opgevat worden als tegenstellingen. Hoewel het persoonlijk onbewuste, zowel mannelijke als vrouwelijke kwaliteiten heeft, is het voornamelijk gepolariseerd tegenover het fysieke lichaam en de persona. De anima is het vrouwelijke aspect dat aanwezig is in het persoonlijke onbewuste van de man. Het wordt geassocieerd met diepe emotionaliteit en de kracht van het leven zelf. De animus is het mannelijke aspect in het persoonlijke onbewuste van de vrouw, welke wordt geassocieerd met de neiging logisch, rationalistisch te zijn. De anima of animus zijn aspecten van de eigen essentie, welke als ideaal beeld op een persoon van het andere geslacht geprojecteerd wordt. Onderdeel van de menselijke biologische en psychologische ontwikkeling is deze mengeling van mannelijke en vrouwelijke energieën. In de eerste helft van het leven vindt een differentiatie van de primaire seksuele identiteit en de bijbehorende energie plaats en op latere leeftijd vindt de integratie van de tegenovergestelde energie van de anima of animus plaats. Dit zielebeeld kan als op een positieve of negatieve wijze van invloed zijn op een persoon. Als een man onder de invloed van de positieve anima is, zal hij tederheid, geduld, aandacht en compassie laten zien. De negatieve anima manifesteert zich als ijdelheid, humeurigheid, klagerigheid en overgevoeligheid. Een vrouw met een positieve animus toont assertiviteit, controle, doordachte rationaliteit en medelevend kracht. De negatieve animus blijkt uit te sterke meningen, meedogenloosheid, destructieve krachten en altijd het ‘laatste woord’ willen hebben. Elk persoon is betrokken bij het proces van integratie van de tegengestelde mannelijke of vrouwelijke energie. Mannen moeten de innerlijke vrouwelijke component met de roep tot relationele verbinding integreren, terwijl vrouwen moeten inspelen op de innerlijke mannelijke component met de noodzaak tot actie. Als combinatie vertegenwoordigen de anima en animus een balans. Bij een evenwichtige persoonlijkheid kunnen beide delen van de psyche zich beide vrij manifesteren in het bewustzijn en gedrag. De anima en animus archetypen bemiddelen tussen het ego en de innerlijke wereld. De natuurlijke functie van de animus of anima bestaat in het verbinden van het bewustzijn met de inhouden van het collectieve onbewuste.

De persona houdt zich bezig met bewuste en sociale adaptie en is voor de bepaling van het constitutiemiddel in mindere mate van belang of betrouwbaar. Vaak ligt de werkelijke individualiteit van de patiënt diep verborgen in de schaduw. Enerzijds houdt de anima of animus zich bezig met wat dat persoonlijk, innerlijk en individueel onbewust is, anderzijds wordt via deze energie de tegenkoppeling op de persona, vanuit het collectieve onbewuste door het Zelf tot stand gebracht. Deze individuele en collectieve symptomen zijn voor de bepaling van het constitutiemiddel van de hoogste waarde. De negatieve pool van de verstoring, verlangt hiermee verbinding met het positieve geneesmiddel. Wanneer deze verbonden worden, dan wordt deze geneutraliseerd en verdwijnt het verlangen, waardoor de universele harmonie hersteld wordt.

De diverse persoonlijkheidsaspecten kunnen als sub-persoonlijkheden een specifieke lagenbehandeling vereisen. Verdrongen neigingen gaan een complex of een sub-persoonlijkheid binnen de totaliteit van de persoonlijkheid vormen. Sub-persoonlijkheden zijn duidelijk en significant in stoornissen, diagnose en behandeling. Een groep met een archetype verbonden herinneringen vormt een complex. De kern van het complex blijft altijd onbewust en bestaat meestal uit een sterk verdrongen emotionele ervaring, een moreel conflict of een psychisch trauma. Meestal zitten hier gevoelsladingen vast vanuit het verleden, vaak ontstaan als overlevingsstrategie in een eerdere levensfase of als overgerfde predispositie, welke in een bepaalde situatie of context geactiveerd werd. Men blijft vaak in deze reactie steken, ook als het voor het functioneren niet meer dienstbaar is. Een complex kan ook tot stand komen door bepaalde tendensen die z sterk tegengesteld zijn aan de bewuste gedragshouding, dat het bewustzijn de onverenigbare inhouden ervan niet verdraagt. Sub-persoonlijkheden zijn psychosociale gezichten of rollen die men al dan niet bewust speelt, welke in bepaalde situaties naar voren komen en binnen de persoonlijkheid een eigen dynamiek, gedrag en reactiepatroon laten zien. Het zijn geen echte personen, maar basispatronen of variaties, waardoor de levenskracht zich in de mens kan uitdrukken. Het zijn energiepatronen die opereren als zelfstandige energien, welke meestal vechten om de aandacht en gedragsdominantie. Het ego is de primaire sub-persoonlijkheid, welke vaak gedentificeerd is met n van de sub-persoonlijkheden. Voorbeelden van sub-persoonlijkheden zijn o.a.: persona, schaduw, anima, animus, criticus, slachtoffer, vader of moeder, eeuwige kind, rebel, perfectionist en de miasmas.

Een sub-persoonlijkheid kan nuttig zijn, maar mag nooit overheersen. Bepaalde sub-persoonlijkheden zijn archetypen, welke bij elk mens universeel aanwezig zijn. In hun milde vorm zijn sub-persoonlijkheden normale functionele aspecten van de persoonlijkheid, welke problematisch worden door een sterke dissociatie, waardoor deze geen toegang meer tot het bewuste hebben als gevolg van herhaald trauma, stagnatie in ontwikkeling, langdurige stress of selectief gebrek aan aandacht. Een complex beschikt over eigen psychische energie, die ten koste gaat van de energie van het bewustzijn. Elke sub-persoonlijkheid roept vroeg of laat zijn tegenpool op. De deelpersoonlijkheden waar men zich bewust van is hebben elk hun tegenpool, vaak diep verborgen in het onbewuste. Deze vormen een polariteit, welke in dezelfde mate in staat zijn het gedrag te beïnvloeden als de bewuste sub-persoonlijkheden.

Naar het onbewuste deel van de psyche verdrongen aspecten vormen de schaduw. Tegenover de bewuste persoonlijke energie bevindt zich de onpersoonlijke energie van de schaduw. De bewuste keuzes van het ego, welke aspecten van de psyche onderdrukken, resulteren in een verbinding met het onbewuste in de vorm van ongewenste emoties en verlangens. De schaduw kan zowel goed als kwaad vertegenwoordigen en bevat tevens alle relatief inferieure gedeelten van de persoonlijkheid. Dit zijn de sluimerende, ongeleefde delen van de persoonlijkheid, die nooit de kans hebben gekregen zich te ontwikkelen. Deze afgewezen aspecten zijn veelal gekleurd door gevoelens van schuld en onwaardigheid, beladen met angst voor afwijzing. Schaduwcomplexen hebben kinderlijke of primitieve en instinctieve eigenschappen, welke primair worden getriggerd, wanneer de psyche schade aan het ego anticipeert. Schaduwkanten reflecteren angst en overheersen in stresssituaties. De hieraan verbonden karakteristieken zijn zeer emotioneel en bezitterig van aard en ondersteunen kracht, agressie en opwinding. De reactie van het ego is hier zoveel mogelijk controle op uit te oefenen. Het bestaan van de schaduw wordt veelal ontkend en geprojecteerd op anderen, die er de schuld van krijgen.

De schaduw behandelt de persoon op de wijze, zoals deze zelf met de schaduw omgaat. Hoe meer uitgesproken een eigenschap aanwezig is in de persona, des te uitgesprokener de tegenpool ervan in de schaduw bestaat. Een gezond mens wordt in evenwicht gehouden via het proces van positieve en negatieve terugkoppeling. Door de dualiteit van de archetypen, bezitten deze zowel donkere als lichte kanten. De schaduw is van het eigen geslacht en benvloedt de verhouding met de eigen sekse. Shaduwthema's zijn moeilijk om mee om te gaan en kunnen problematisch zijn als ze onbewust blijven. Ze kunnen een groot potentieel betekenen (inspirerend, extra dimensie, creativiteit, vitaliteit, vasthoudendheid, integriteit) en een bron van energie, wanneer een individu in staat is zich hiervan bewust van te worden en deze aspecten in de persoonlijkheid een plaats kan geven, door deze te beheersen. Vooral in de tweede levensfase die gekenmerkt wordt door meer introspectie, kunnen schaduwaspecten in het bewustzijn worden opgenomen. Het ego, schaduw en fysieke organisme moeten een modus vinden om het totale functioneren van de psyche ondersteunen. Dit maakt tevens duidelijk aan dat het goed functioneren van de psyche, niet los gezien kan worden van de geestelijke en biologische aspecten en conditie van de persoon. Wanneer een complex zeer uitgesproken is, kan deze in aanmerking komen voor een specifiek hierop gericht homeopathisch voorschrift. Een complex kan een blokkade betekenen in de behandeling met het constitutiemiddel. (zie behandeling volgens het model van J.Beebe).

Verdrongen complexen zijn verstoorde patronen van de levenskracht, welke groei en ontwikkeling blokkeren of saboteren. Over het algemeen zal iemand een reeks van symptomen vertonen waarin een of twee sub-persoonlijkheden en hun stoornis overheersen. Wanneer deze door de behandeling worden verlicht zullen de voorheen minder opvallende sub-persoonlijkheden geneigd zijn zich (plotseling) duidelijker en intensiever manifesteren. In neuroses en ziektes liggen onbewuste waarden en patronen ingebed die essentieel zijn voor gezondheid. Het onbewuste ontlaadt symbolische afgeleiden in de vorm van pijnlijke symptomen wanneer een persoon in een situatie herinnerd wordt aan zijn ‘gewonde’ volledig opgeladen met libido complex. Dit zijn voor de homeopathische analyse de opvallende, merkwaardige en karakteristieke symptomen, welke naast de causaliteit een hoge waarde hebben om het juiste middel te bepalen. Een specifiek complex kan zo veel libido absorberen, dat het hele organisme uit balans is. Het doel van de homeopathische behandeling is om de patiënt hier vrij van te maken en tot een individuele denk- en handelwijze te brengen. Ten diepste houdt dit in dat de verdrongen en dus verloren aspecten van de essentie weer naar boven gebracht worden. Dit betekent het vergroten van het proces van het Zelf. Een goedgekozen homeopathisch middel werkt als een spiegel van buiten af, waardoor er een dis-identificatie van het patroon plaatsvindt en een verbinding gemaakt wordt met het bewuste niveau. Het middel dat correspondeert met het specifieke archetype van het complex werkt door de confrontatie met het gelijksoortige patroon genezend en oplossend.

Sub-persoonlijkheden kunnen ook zijn vervormingen op de hogere niveaus van de psyche zijn. Op elk niveau van de evolutionaire ontwikkeling kunnen complexen ontstaan. Symptomen van verdringing naar het bovenbewuste hebben op dit transpersoonlijke niveau, minder de neiging diepe pathologie te vormen, omdat deze verschijnen op het moment dat een individu klaar is voor een volgende fase van zelfontwikkeling. De aard van de benodigde middelen zal hier bij aan moeten sluiten, zo zullen hier geen diep anti-miasmatische middelen nodig zijn, maar de minder diep op de levenskracht inwerkende plantenmiddelen. Het is van het hoogste belang om het juiste oorzakelijke niveau te behandelen, waar de verstoring in eerste instantie plaats vindt en hierbij niet de symptomen van verschillende niveaus met elkaar gelijk te stellen. Wanneer bijvoorbeeld spirituele symptomen aangezien worden voor primitieve pre-persoonlijke symptomen, kan een terugval naar de lagere niveaus het resultaat van de behandeling zijn. Als er een combinatie van oorzaken is, moet er een gecombineerde behandeling worden ingezet met verschillende middelen. Hierbij kan het best van onderaf begonnen worden en verder omhoog gewerkt worden, omdat een lager niveau het proces van gezonde ontwikkeling door verdere differentiatie moeten ondersteunen.


Terug