Symptomen

Voor M. Boiadjiev heeft de miasmatheorie grote invloed op de anamnese:

Organon §6: "De onbevooroordeelde waarnemer weet hoe waardeloos bovenzinnelijk speculaties zijn, die niet door ondervinding kunnen worden bevestigd. Hoe scherpzinnig hij ook moge zijn, hij moet het doen met wat hij zintuiglijk aan de buitenkant kan waarnemen aan veranderingen in de toestand van lichaam en geest, aan ziekteverschijnselen, bijzonderheden en symptomen. Dat zijn dan afwijkingen van de gezonde, voormalige toestand van degene, die nu ziek is, dus datgene:

Deze waarneembare verschijnselen tezamen vertegenwoordigen de ziekte in haar volle omvang, d.w.z. ze vormen met elkaar het enig echte en enig denkbare ziektebeeld."

M. Boiadjiev: als we naar het Repertorium kijken zien we:

  1. Een deel van de rubrieken (symptomen) weerspiegelt een toestand waarin de patiënt, weerstand biedt aan een bepaalde stimulus.
  2. Een ander deel van de rubrieken weerspiegelt een toestand waarin de patiënt een bepaalde behoefte heeft, en als daar aan voldaan wordt zich beter voelt.
  3. Het derde gedeelte van de symptomen is het resultaat van de bovengenoemde toestanden, en deze vertegenwoordigen psychisch, mentaal en fysiek verval van het organisme.

De eerste groep van symptomen vertegenwoordigen de manieren waarop het individu tegen zijn natuurlijke vitale energie, dus tegen zijn levensbestemming ingaat en daardoor afgesneden van energie wordt. (Psora). De tweede groep van symptomen vertegenwoordigen de manier waarop de patiënt zich voorziet van niet-specifieke energie om zijn tekort aan energie te compenseren. (Sycosis). De derde groep van symptomen vertegenwoordigen het proces van verval, of het geleidelijke intreden van de dood in het menselijke lichaam (Syfilis).

Deze drie groepen van symptomen brengen drie soort vragen aan de orde:

  1. Is er iets in uw leven, wat u moeilijk kan accepteren? Is er iets waardoor u zich slecht voelt?
  2. Is er iets wat u mist in uw leven? Is er iets waardoor u zich beter voelt?
  3. Wat zijn uw klachten? Waarvan wilt u genezen worden?

De bovengenoemde vragen zijn gerelateerd aan de klachten van het organisme en de persoonlijkheid in het algemeen, omdat ze energie toestand als geheel betreffen. Dit zijn redelijk routinematige vragen om te stellen, omdat ze gerelateerd zijn aan de primaire oorzaak van de ziekte, de secundaire oorzaak en de resulterende schade voor het individu. Deze vragen vormen de basis, die door niet routinematige vragen omgezet kunnen worden naar duidelijke repertoriumrubrieken, andere belangrijke aspecten van de ziekte komen dan tijdens het vraaggesprek vanzelf op een natuurlijke wijze naar voren.

Er is een nauwe relatie tussen de miasma's en de hiërarchie in symptomen, omdat elk objectief symptoom een expressie is van een bepaald miasma. De miasma's zelf vormen een hiërarchie: Psora is de oorzaak, Sycosis is de compensatie. En Syfilis is het uiteindelijk, degeneratieve resultaat. Tijdens de repertorisatie krijgen de Psorische symptomen een waarde '3' toegekend, Sycotische symptomen waarde '2' en Syfilische symptomen de waarde '1'. Dit is ook een hulpmiddel bij het bepalen van de benodigde potentie, deze wordt evenredig in hoogte met de waarde in symptomen gekozen.

Sleutelwoorden:
Psora: Ontkenning, Verslechtering, Ontevreden, Obstinaat, Onenigheid, Revolutie. Sycosis: Substitutie, Verlangens, Verbetering, Hebzucht, Gulzigheid, Stimulans, Fantasie. Syfilis: Dood, Verval, Bederf.

Repertoriumrubrieken:
Psora: Ailments from, Aggravates, Never well since, Aversions, Fear, Difficult, Pain, Anger, Anxiety, Disgust, Dwells, Sensitive to, Obstinate, Offended easily, Discontented.
Sycosis: Ameliorates, Desires, Delusions, As if.
Syfilis: Discharges, Ulcers, Destruction, Despair, Forgetful, Dullness.

Psora veroorzaakt Sycosis, welke op zijn beurt weer Syfilis veroorzaakt. Hieruit volgt dat als de Psora genezen wordt, de symptomen van Sycosis en Syfilis automatisch zullen verdwijnen.

Als de symptomen voornamelijk Syfilisch van aard zijn, zal de behandeling langdurig zijn en kunnen Sycosis en daarna Psora verschijnen, welke dan vervolgens behandeld moeten worden. Evenzo bij Sycosis kan Psora opkomen.

Psora, Sycosis en Syfilis zijn de drie (hoofd)fasen waardoor het menselijk leven verloopt, op een gegeven moment van ons leven zijn we hoofdzakelijk in een van deze fasen. Zo kan het symptomenbeeld binnen hetzelfde geneesmiddel afhankelijk van de fase van het onderliggende miasma zijn.

Bij de gemiddelde Psora patiënt zijn de spirituele en mentale vermogens goed ontwikkeld, en is een duidelijke houding tegenover materiële zaken aanwezig. Bij het middel Sulphur is de magere filosoof die materiële zaken verafschuwt een voorbeeld van een verschuiving naar het Tuberculinische miasma, maar de meer gezette uitvinder, die de wereld met zijn technische vindingen onder controle probeert te krijgen, is meer Sycotisch. M. Boiadjiev noemt als volgorde Psora, Sycosis, Syfilis, Tuberculosis, waarbij hij de levenscyclus voorstelt als een cirkel. Tuberculosis grenst dus aan Psora en Syfilis. De gemiddelde Sycosis patiënt focust op de materiële wereld, de bron van energie voor zijn bestaan, en op fysiek niveau heeft hij de neiging tot overgewicht.

De gemiddelde Tuberculosis patiënt heeft totaal geen interesse voor de materiële wereld en verliest gewicht op het fysieke niveau. Hij compenseert de onderdrukte energie met spirituele stimuli zoals muziek, kunst esoterische filosofieën etc. Bij een verschuiving naar de Syfilis fase zien we meer wanhoop, teleurstelling over de eerdere filosofieën en dit kan uitgedrukt worden door destructief gedrag. Hierbij kan nog opgemerkt worden dat Sycosis en Tuberculosis essentieel hetzelfde zijn, beide worden gekarakteriseerd door een toenemende behoefte om te compenseren. Aan de andere kant zijn ze tegengesteld in de wijze waarop ze compenseren; Sycosis heeft betrekking op het 'materiële' en Tuberculosis op 'spirituele' zaken.

Om in staat te zijn om het simillimum voor de huidige gesteldheid, de actieve laag van de patiënt te bepalen, is het van primair belang om zijn karakteristieken te onderscheiden van zijn symptomen.

  1. De symptomen van de patiënt zijn direct gerelateerd aan en verkregen door zijn klachten.
  2. De karakteristieken van de patiënt betreffen zijn symptomen en een aantal andere aspecten gerelateerd aan de specifieke eigenschappen van zijn constitutie, karakter, persoonlijkheid etc., maar niet direct gerelateerd aan zijn klachten, dus niet relevant voor hem.

Het is dus fout om een middel voor te schrijven op grond van de karakteristieken van de patiënt, die de eventuele predispositie zouden kunnen vormen en die verward zijn met de symptomen van de patiënt. Alle karakteristieken die niet gerelateerd aan de klachten van de patiënt zijn, waar dus geen problemen mee zijn, kunnen misleidend blijken te zijn voor het bepalen van het simillimum. In feite kunnen ze alleen maar als gedeelte van de bevestigende symptomen dienen.

We noemen karakteristieken van de patiënt, bevestigende symptomen, wanneer hun aanwezigheid het middel kan bevestigen, maar wiens aanwezigheid het niet uitsluit.
Het is niet ons doel om zoveel mogelijk over de patiënt te weten te komen en willen dit zo snel mogelijk doen, overbodige informatie vertraagt het voorschrift van het simillimum.
De enige logische grond om niet routinematige vragen te stellen, is de behoefte om zijn klachten te specificeren, totdat ze duidelijk in een bepaalde rubriek van het repertorium vallen. Alle andere informatie wordt genegeerd, omdat het onmogelijk is deze nader te specificeren.

Terug