Similium

Het simillimum is het middel dat op het moment van voorschrijven, alle actuele, waardevolle symptomen dekt en daaruit volgend een positieve energetische reactie tot gevolg heeft. Er wordt vaak van het simillimum gesproken als men het passende constitutiemiddel voorschrijft, maar zoals uit de bovenstaande definitie blijkt is dit niet altijd het geval. Als voor de huidige gesteldheid een ander voorschrift nodig is, is dit passende middel het simillimum.

Veel casussen zijn nooit tot genezing gebracht doordat de homeopaat niet in staan was het simillimum op de juiste wijze voor te schrijven. Het meest gelijkende middel wordt pas het simillimum, als het in potentie en dosis en herhaling is afgestemd op het niveau van ziek zijn van de patiënt. Deze drie factoren zijn allemaal even belangrijk.

Hoe beter dit middel past (vooral bij de allerhoogste potenties), des te minder vaak moet het bij chronisch zieken herhaald worden. Een goed gekozen potentie van het exacte middel in de juiste kleine dosering geeft helemaal geen, of een snelle korte verergering waarna lange verbetering volgt. Een te lage (veelal door te frequent herhalen) of te hoge potentie, geeft een onnodig lange of ernstige verergering.

J.T.Kent: "Als het simillimum gevonden is, werkt het in een serie van potenties, als het middel gedeeltelijk gelijkend was maar in één of twee potenties, daarna veranderen de symptomen en is er een nieuw middel nodig."

Een aantal middelen zal gelijksoortig (simile) genoeg zijn om te genezen, maar er zal maar één simillimum zijn en dit simillimum is het ideaal waarnaar iedere homeopaat streeft. Een medicijn kan gelijksoortig genoeg zijn om een genezend effect te hebben bij een patiënt en de gezondheid verbeteren van die patiënt, verbetering van de algemene toestand of het nu een acute of chronische ziekte betreft. Wanneer dit medicijn de genezing tot stand gebracht heeft waar het toe in staat is en de toegevoegde symptomen door dit middel toenemen, gaat de complementair van dit middel vanaf dit punt weer verder.

Organon. §162: "Soms komt het, gezien het nog beperkte aantal middelen waarvan de echte pure werking precies bekend is, voor dat maar een deel der symptomen van de te genezen ziekte in de symptomenreeks van het naar verhouding nog best passende middel te vinden is. Dan moet dit onvolmaakte geneesmiddel-ziekte-agens bij gebrek aan beter worden toegepast."

Een middel wat ver verwijderd is van het Simillimum kan geen respons bewerkstelligen, een middel wat de totaliteit gedeeltelijk in zich heeft (het centrum benadert), kan een gedeeltelijke reactie uitlokken. Dus zelfs bij minder goede voorschriften kan men zo stap voor stap met gedeeltelijke respons naar 'genezing' toe zigzaggen. Deze 'genezing' zal niet zo optimaal en snel verlopen, in vergelijking met de situatie wanneer betere middelen zouden zijn gekozen. Het uiteindelijke resultaat is vaak twijfelachtig, in principe palliatief. Deze methode lijkt op de lagentheorie maar dit is fundamenteel is heel iets anders, want daarbij wordt wel rekening met de exacte oorzaak gehouden, maar zijn er in de casus meerdere opeenvolgende van dit soort oorzaken aanwezig.

Een middel wat bewezen heeft het simillimum te zijn moet men nooit te snel opgeven, maar eerst nog hogere potenties proberen ook al lijken de overgebleven symptomen niet helemaal meer bij het middel te passen. Herhalen van dit constitutiemiddel kan op grond van een nog gering aantal symptomen gebeuren. Er moet een goede reden zijn om van middel te veranderen. Als er toch nog klachten overblijven is het volgende middel meestal een complement. Ook is het mogelijk dat er symptomen opkomen die behoren tot een andere miasmatische laag (groep). De het laatst verschenen symptomen wijzen naar het volgende middel. Er kunnen ook symptomen zijn die de patiënt al jaren heeft en gewoon vindt, die nu voor geneesmiddelkeuze belangrijk worden.

Niet elke laag heeft een verschillend middel nodig. Een diepwerkend simillimum is in staat om verschillende lagen te verwijderen, terwijl het genezingsproces volgens de Regels van Hering voortschrijdt. Er zijn ook pathologisch vergevorderde ziektegevallen, waar een aantal goed gekozen middelen nodig zijn om de behandeling af te ronden. Deze werken hier als complementaire middelen. In geval men om een aantal dagen, weken, of maanden een nieuw middel moet geven, is er iets mis. Chronische ziekten hebben een lange tijd nodig om tot ontwikkeling te komen en laten geen snelle veranderingen zien, behalve ten tijde van crisis.

Het is dus fout om een middel voor te schrijven op grond van de karakteristieken van de patiënt, die de eventuele predispositie zouden kunnen vormen en die verward zijn met de symptomen van de patiënt. Alle karakteristieken die niet gerelateerd aan de klachten van de patiënt zijn, waar dus geen problemen mee zijn, kunnen misleidend blijken te zijn voor het bepalen van het simillimum. In feite kunnen ze alleen maar als gedeelte van de bevestigende symptomen dienen.

Een regel is: minder middelen - betere voorschriften, meer middelen - slechte voorschriften.
Minimale dosis, minimale veranderingen en minimale interventie zijn de tekenen van het ware simillimum.

Terug