Lagenmodel


Hier volgt het lagenmodel dat in navolging van F. Eizayaga is gerangschikt volgens de constitutionele diepteniveaus, waarbij de disharmonie van de patiënt als een serie van concentrische lagen vanaf het oppervlak naar binnen verlopen. Het uitgangspunt hierbij is dat er patiënten zijn die diverse niveaus van ziekte hebben, waarvoor verschillende en gescheiden voorschriften in een welbepaalde sequentie nodig zijn om tot een complete en blijvende genezing te komen. Elke laag vertegenwoordigt niet direct een middel, maar moet gezien worden als een symptoomcomplex, een onderdeel van de totale reactie van de levenskracht op verschillende oorzaken en niveaus. Er zijn bij behandeling vier hoofdgroepen van lagen. Deze lagen beginnen bij een oppervlakkige, lokale meer “materiële” bepaalde uiting van ziekte en eindigt bij de essentie van de mens, een werkelijk individueel dynamisch niveau. De cirkel van de totaliteit zal smaller of breder zijn afhankelijk van het niveau van ziekzijn. De Perifere lagen hebben affiniteit met de planten- en dierenmiddelen, nosodes, sarcodes en isodes. De minerale middelen hebben affiniteit met de diepwerkende anti-miasmatische en constitutiemiddelen. De plantenmiddelen hebben vervolgens weer affiniteit met het niveau van het temperament.

1. Lokale of Perifere laag:
De ziekte heeft hier zich gelokaliseerd in een orgaan, systeem of weefsel. Dit niveau kan zowel een acute als chronische ziekte betreffen Het genius epidemicus middel wordt hier gebruikt bij gemeenschappelijke oorzaak en gelijksoortige symptomen zoals; causaliteit, psychisch of fysiek trauma, acuut miasma, vergevorderde pathologie, epidemische en omgevingsfactoren, infectie of pathogene oorzaak, vaccinatie, toxische belasting etc. Het acute tussenmiddel speelt een rol wanneer een sterke niet-gelijksoortig ziekte de chronische symptomen verdringt en een crisis vertegenwoordigt. Een chronisch tussenmiddel is aangewezen in gevallen van onopgeloste ziekte, in de eigen of directe familiegeschiedenis, onderdrukking en iatrogene ziekte, welke de genezing blokkeren. Universele lagen middelen zijn nodig wanneer aspecten van het mens zijn eerst behandeld moeten worden, voordat (verdere) vooruitgang mogelijk is.

2. Miasmatische laag:
Het anti-miasmatisch middel wordt toegepast wanneer het gevolg van een miasma de constitutie domineert. Dit middel wordt gekozen op grond van de chronische miasma’s en constitutie en het karakter van de tekenen en symptomen. Het persoonlijke middel wordt gevonden in de groep van genius epidemicus middelen op grond van de totaliteit van symptomen. Het accent ligt hier op de miasmatische symptomen, waarbij de constitutie de individualiserende factor aan het beeld bijdraagt. Een miasmatische gesteldheid houdt het midden tussen een individuele en collectieve ziektegesteldheid.

3. Constitutionele laag:
Constitutioneel betekent dat de patiënt de chronische ziekte overwegend als geheel, als individu op een functioneel niveau uitdrukt. Deze laag heeft betrekking op het fysieke constitutionele/ miasmatische middel. Deze indicatie is gebaseerd op de totaliteit van Mentale, Generale en Plaatselijk karakteristieke symptomen, inclusief de erfelijke miasmatische basis en predisposities voor ziekte. (miasma: Acuut, Sub-acuut, Psora, Sycosis, Tuberculosis, Syfilis, Carcinosis, Aids.) Het betreft een deviatie van gezondheid, dus een pseudo-individueel beeld.

4. Individuele laag:
Dit middel wordt gekozen op de innerlijke onmiddellijke oorzaak, aangeboren constitutie en temperament en het complete beeld van “alle” kenmerkende karakteristieke tekenen en symptomen. De levenskracht bepaalt primair de constitutie en temperament. Het is de drijvende kracht achter alle gedragingen en houdingen, levensperspectief en hieraan gerelateerde capaciteiten en talenten om dit ultieme basisthema van de persoon tot ontplooiing te brengen. Dit patroon vanuit de individuele kern is aangeboren.


Terug