Eenheid van de levenskracht

Organon §9: "Als de mens gezond is heerst de spirituele levenskracht (autocratie), die als Dynamis het stoffelijke lichaam (het organisme) leven doet, onbeperkt. Ze houdt al zijn delen in een bewonderenswaardige harmonische, levende werking, die zich uit in voelen en handelen, zó, dat de met verstand toegeruste psyche zich vrij van dit levende, gezonde instrument kan bedienen voor de hogere bedoelingen van ons bestaan."

Hahnemann noemt hier de levenskracht en de niveaus waaruit een mens bestaat als een ondeelbare eenheid.

Organon §12: "Alleen de ziekelijk ontstemde levenskracht produceert de ziekten. Derhalve, wat we zintuiglijk aan ziektemanifestaties waarnemen, brengt tegelijk elke inwendige verandering, d.w.z. de complete ziekelijke ontregeling van de inwendige Dynamis, tot uitdrukking en openbaart de hele ziekte."

Organon §13: "Daarom is ziekte (voor zover die niet thuis hoort bij de manuele chirurgie) niet te beschouwen als een ding, dat los staat van het levende geheel, afgescheiden van het organisme en van de dynamis, die het bezielt, zoals de allophaten het zien. Het is niet een in het binnenste verborgen, subtiel iets (een onding)…."

Hij verklaart dat de totale ziekte uitgedrukt wordt door de levenskracht en niet van de patiënt gescheiden kan worden.

Organon §38: "Stel dat de erbij komende ziekte nieuwe niet gelijkende ziekte sterker is dan de eerste. Dan onderdrukt die de eerste ziekte, schort die als het ware op, tot de nieuwe ziekte zijn verloop gehad heeft of genezen is. Daarna komt de eerste ziekte, ongenezen, weer opzetten."

Een sterkere ziekte onderdrukt de bestaande niet-gelijksoortige zwakkere ziekte naar een diepere laag op achtergrond, waarmee de eenheid van de levenkracht bewaard blijft.

Organon §42: De natuur laat zelf toe, zoals in § 40 al gezegd, dat in enkele gevallen twee (of zelfs drie) natuurlijke ziekten samen in een lichaam voorkomen. Maar let wel, deze complicatie treedt alleen op bij niet gelijkende ziekten, die elkaar volgens eeuwige natuurwetten, niet kunnen opheffen en evenmin vernietigen of genezen. Blijkbaar verdelen ze zich in het organisme, iedere ziekte naar het haar passende lichaamsdeel of orgaansysteem, omdat ze niet op elkaar lijken, kan dat zonder dat de eenheid van het leven wordt geschaad."

In overeenstemming met voorgaande onderkende Hahnemann de mogelijkheid tot het gelijktijdig aanwezigheid zijn van meerdere ziektes bij een patiënt, die samen één complexe ziekte vormen, waarmee ook de eenheid van de levenkracht blijft bestaan.

Hahnemann was tegen het idee om de symptomen per naam van de ziekte te scheiden. Voor een beperkt aantal specifieke ziekten, zoals de miasma’s en in geval van overheersende aetiologie maakte hij een uitzondering. Dit is een paradox in het Organon, die in de geschiedenis van de homeopathie tot onderling sterk afwijkende behandelmethoden heeft geleid. Toch zijn deze benaderingen volledig met elkaar in overeenstemming, omdat ze beide de essentiële totaliteit als uiting van de eenheid van de levenskracht als uitgangspunt hebben. Hiermee hebben we twee complementaire behandelingsstrategieën, die afhankelijk van de situatie leiden tot een voorschrift van het simillimum voor de individuele of in het ander geval collectief bepaalde ziektegesteldheid.

Bij een relatief goede gezondheid, zal de levenkracht de totaliteit als een algemene expressie van het organisme als geheel overwegend functioneel uitdrukken. Wanneer ziekte-invloeden het beeld uit dit individuele centrum verschoven hebben, is het van belang om de symptomen rond de specifieke ziekte-invloed op een perifeer niveau voor de middelkeuze te gebruiken. Een dergelijke laag wordt gevormd doordat een sterke niet-gelijksoortige ziekte de constitutionele expressie wegdrukt. Bij een gelaagde casus is het gezondheidspeil lager en is de totale gesteldheid gefragmenteerd, met meerdere lagen in actieve, sluimerende of latente vorm.

Organon §5: "Voor zijn geneestaak heeft de geneesheer de volgende hulpmiddelen nodig:
a. bij acute ziekte de gegevens van de meest waarschijnlijke aanleiding;
b. bij chronisch lijden de belangrijkste momenten uit de hele ziektegeschiedenis, om de grondoorzaak ervan op te sporen, die meestal berust op een chronisch miasma. Vooral bij langdurig zieken zijn de volgende punten belangrijk: de lichamelijke gesteldheid voor zover na te gaan, humeur en mentaliteit, beroepsmatige bezigheden, leefwijze en gewoonten, maatschappelijke en huiselijke omstandigheden, leeftijd en seksueel functioneren enz.

Hahnemann noemt hier twee classificaties van causaliteit in overeenstemming met het karakter van de ziekte en benadrukt het belang van de bijkomende invloeden.
1. de incidentele oorzaak van acute ziekte;
2. de fundamentele oorzaak van chronische ziekte, meestal als gevolg van een miasma.
3. bijkomende causale en karakteristieke factoren gerelateerd aan constitutie, temperament, gewoontes, beroep, persoonlijke en sociale relaties, leeftijd, tijd van gebeurtenissen, seksualiteit etc.

Organon §7: "Dan moeten, als men rekening houdt met eventuele miasmata en ook bijkomende factoren (§5) niet vergeet, het ook alleen die symptomen zijn, waardoor de ziekte vraagt om en verwijst naar die medicijn, die haar helpen kan. Dan moet de totaliteit van deze symptomen, die het innerlijke wezen van de ziekte, d.w.z. de aandoening van de levenskracht naar buiten weerspiegelt, het voornaamste of enige zijn waardoor de ziekte te kennen kan geven welk middel ze nodig heeft."

Dit betekent dat een middel welke de onderliggende oorzaak en bijkomende factoren weerspiegelt, op grond van de totaliteit van symptomen geselecteerd moet worden uit een groep van middelen met dezelfde eigenschappen. Het passende middel sluit direct aan bij het dynamische ziektepatroon via het onderliggend niveau waardoor de ziekte zich uitdrukt. Het niveau waar de ziekte het zwaartepunt heeft, geeft aan welke eigenschappen en kwaliteiten het passende middel moet hebben. De eigenschappen van de symptomen die naar de gesteldheid, natuurrijk, snelheid een diepte verwijzen zijn hiermee ook een onderdeel van de totaliteit van symptomen.

Hahnemann ziet deze kenmerken als begeleidende symptomen die direct verbonden zijn aan alle actieve symptomen, welke hiermee de verstoorde levenskracht vertegenwoordigen. De oorzaak en de constitutionele factoren horen strikt genomen niet tot de ziektesymptomen, maar deze moeten als symptomen in het beeld opgenomen worden. Het zijn de Mentals & Generals in het schema van Kent, waarbij de Peculiars overeenkomen met de plaatselijke karakteristieke ziektesymptomen.


Terug