Evolutionaire ontwikkeling

Dit evolutionaire ontwikkelingssysteem (zie schematische overzicht) gerelateerd aan de natuurrijken is een blauwdruk van de natuur en de wereld om ons heen. Een dergelijk model is gerangschikt volgens complexiteit, het stijgen van specialisatie, aantal levels, adaptie en demping van variaties, maar niet noodzakelijk volgens een daadwerkelijk historisch evolutionaire ontwikkeling. Evolutie is niet het ontstaan van nieuwe zaken, maar slechts het volgen en bewust maken van al in de schepping bestaande patronen. De natuur gebruikt voor analoge problemen slecht een beperkt aantal oplossingen. In een evolutionair ontwikkelingssysteem, zien we een bepaalde procesrichting. Er zijn hierbij twee invloeden bepalend; Aantrekking en Afstoting. Aantrekking staat voor een integrerend opbouwende macht, waarbij veel informatie aanwezig is. Bij Afstoting worden de opgebouwde vormen uit elkaar gedreven, is er desintegratie en weinig informatie voorhanden.

In het hier gepresenteerde model zijn de vier klassieke elementen gekoppeld aan Introversie en Extraversie in zeven algemene stadia. Dit model is gebaseerd op het model van Frans Maan. Deze combineert het model van Jan Scholten met die van Arthur Young en Carl Jung. De geneesmiddelbeelden worden hierbij gekoppeld aan de stadia van ontwikkeling en oriëntatie (introvert of extravert). Het model heeft zeven hiërarchische niveaus met als patroon een afdaling van de geest in materie en vervolgens weer een opgang van materie naar geest. De opbouw van bovengenoemde model is overgenomen en hier zijn naar mijn inzicht het correspondeerde miasma, interactiestijl, temperament, potentie en aan toegevoegd (het Acute en Subacute miasma van Rajan Sankaran en het Aids miasma van Misha Norland). Het Universele Rijk van Phillip Robbins, de weefsellagen van Prafull Vijayakar, de bewustzijnsniveaus en chakra’s zijn hierin ook verwerkt.

Het model geeft de volgorde van dynamische patronen aan, welke zich in een positie tussen de uitersten van een subtiel kosmisch en grofstoffelijk fysiek niveau bevinden. Dit geeft inzicht waar homeopathische middelen ingedeeld kunnen worden. Het kan gebruikt worden om gelijkende middelen van verschillende natuurrijken te differentiëren. Aan de hand van vastgestelde functiehouding, temperament, interactie, miasma en potentie kan het benodigde middel bepaald worden.

Het verschaft tevens inzicht over het constitutionele diepteniveau, waarop voorgeschreven wordt. Het miasma geeft een indicatie van de diepte van het geselecteerde middel. Miasma’s ontwikkelen zich van een functioneel miasma naar een meer destructief miasma; De complexiteit van de corresponderende middelen zal ook evenredig toenemen, van de meest elementaire mineralen betrokken bij de fundamentele fysiologische processen in het lichaam, tot complexe middelen betrokken bij de hogere informatieniveaus. In principe verloopt deze ziekteontwikkeling volgens de lineaire schaal van het model.

Er kunnen bij de homeopathische behandeling twee soorten middelen naar voren komen: een individueel middel op grond van de individuele symptomen en middelen die gerelateerd zijn aan erfelijke of verworven collectieve (groeps)invloeden. Hiermee is de hiërarchische ontwikkeling door de lagen van individuele en collectieve ziekte gedefinieerd in een uniek model dat gebaseerd is op de vaste ontwikkelingspatronen van de schepping.

Licht (1), Nucleus (2) en Atoom(3) zijn vormen van energie en hebben een relatie met de onbewuste processen. De pathologie is in dit stadium niet diep en overwegend functioneel van aard met veel individuele symptomen, maar geen structurele pathologie. In het Fysieke lichaam, verbonden aan het Moleculaire of Mineralenrijk (4) komen de onbewuste en bewuste aspecten van een mens bij elkaar. De pathologie is in dit stadium middelmatig diep van karakter. Naarmate de moleculen complexer van opbouw worden; Plant, Dier, Mens (stadia 5,6,7) neemt de relatie met de bewuste hogere aspecten van de mens toe. De pathologie is hier in toenemende mate structureel, diepgaand en onomkeerbaar. Dit is een schijnbare tegenstrijdig in de ontwikkeling, maar deze is verklaarbaar uit het karakter van de ontwikkeling, welke beide zijden van dezelfde medaille zijn, waarbij de stagnatie van ontwikkeling op een hoger niveau resulteert in meer ernstige pathologie. De persoonlijke of spirituele ontwikkeling verheft een mens boven de centripetale krachten van de zelfgerichtheid, in de centrifugale uitstraling van altruïstische liefde. De ziekteontwikkeling verloopt van angst tot de dood, lichamelijk van niet-organische ziekte van het fysiologische tot functionele niveau. Bij organische ziekte verloopt dit van structurele tot pathologische veranderingen in weefselen en organen.

We hebben bij ontwikkeling en groei niet alleen met het individuele innerlijk te maken, maar ook met het uiterlijk gedrag en collectiviteit in relatie met andere mensen en de omringende wereld. De individuele ontwikkeling heeft betrekking op de ontplooiing van de onbewuste individuele erfelijke (constitutionele en miasmatische) eigenschappen. De weg terug naar de kern heeft te maken met de spirituele ontwikkeling en groei van het individu in het bewustzijnsniveau gericht op de externe omgeving. Op dit niveau hebben vooral de middelen van de hogere natuurrijken betrekking.

Persoonlijke Ontwikkeling:

Een doel van de psychologische ontwikkelingsweg van een mens is dat het ego ontwikkeld wordt, waarbij de controle losgelaten moet worden. Het gaat bij een evolutionair ontwikkelingsmodel vooral om de patronen van bewustzijnsontplooiing. Bewustzijnsverandering volgens een lineair traject zou beteken dat men de kenmerken en vaardigheden van eerder doorgemaakte fases achter zich zou laten, maar in de realiteit blijven deze beschikbaar. Hiernaast doorlopen mensen in hun dagelijks bestaan voortdurend allerlei fases van bewustzijn. In dit metafysische concept bevindt ideale gezondheid zich in het centrum van de cirkel, Stadium 8 waar de mens in contact staat met de Bron van leven via het Universele rijk, het element Ether. Dit niveau is de verbinding met het Goddelijke en het Collectieve bewustzijn. Dit betekent overigens niet dat de mens moet opklimmen naar een hoger niveau, maar dat deze geintegreerd wordt in het centrum van het menszijn. Deze archetypische energie van het collectief wordt ook wel het 8e chakra genoemd.

De mens is te beschouwen als een drie-eenheid van Geest, Ziel en Lichaam. De ziel is hierbij als het ware het geestelijk lichaam dat door toename van bewustzijn kan groeien. De geest, bevat o.a het Ego, is hierbij de vormende groeikracht, het cognitieve, denkende deel van de mens. De ziel bevat het hogere zelf of de essentie, is de verbinding met de bron: het goddelijke en collectieve bewustzijn en fungeert als vormbaar krachtveld als overdrachtsmiddel tussen het geestelijke en het stoffelijke niveau. Het ego of identiteit (lagere zelf) is niet werkelijk individueel bepaald, wanneer het geïdentificeerd is met invloeden van buitenaf. In het centrum heerst pure essentie, hier is ruimte en rust, onbegrensdheid los van herinneringen. Deze innerlijke essentie wordt echter vermeden, omdat er angst is voor overgave en eenwording. In plaats hiervan wordt gepoogd om op het niveau van de persoonlijkheid het essentiële evenwicht met de buitenwereld te verkrijgen. Het materiele leven is gebonden aan de cyclus van de polariteit van tegengestelde aspecten. De mens vermijdt de confrontatie via zijn individuele kern, omdat dit zijn gevoeligste punt is (susceptibiliteit). Dit is de reden waarom men voortdurend streeft op dit punt absoluut, bovenmenselijk verheven boven de polariteit te zijn. Dit is het niveau waar op de ‘Essentie’ of ‘Vitale Sensatie’ voorgeschreven wordt.

Individuatie is het streven van de mens om tot zijn hogere doel te komen en door groei, meer verbonden te zijn met het hogere zelf. Dit traject voor het leven op aarde bestaat uit het doorwerken van zeven bewustzijnsniveaus, volgens de lagen van het evolutionaire ontwikkelingsmodel. De drie laagste lagen corresponderen met eigenwaarde, seksualiteit, macht en overleving, uitingen welke we vinden in het fysieke leven. Deze reacties zijn meer instinctief en niet meer bijzonder gericht op spirituele groei. Op dit constitutionele niveau zien we de negatieve meer materiele werking en gevolgen van de miasma’s. Elk mens is uniek en heeft een onderscheiden individualiteit, de miasma’s zijn in deze zin te herleiden tot psychologische reactiepatronen, die richting geven aan het individuele streven om in balans te blijven met de omgeving. Het leven is een proces, de miasma's zijn steeds terugkerende fasen waardoor het leven verloopt. Het uiteindelijke doel van ontwikkeling zou moeten zijn dat deze patronen alle in gelijke mate ontwikkeld worden en geïntegreerd worden in de persoonlijkheid in lijn met het aangeboren functiehouding, temperament en interactiestijl.

Collectieve Ontwikkeling:

De individuele kern is wel betrokken bij ziekte, maar kan niet worden aangedaan door ziekte. Het materiele leven is gebonden aan de cyclus van de polariteit van tegengestelde aspecten. Naarmate een reactie een diep materieel niveau betreft, neemt de invloed van de individualiteit af en wordt de reactie in toenemende door collectieve factoren bepaald. De miasma’s vertegenwoordigen zowel positieve als negatieve aspecten van deze individuele reactiepatronen. Hierbij moet het onderscheid gemaakt worden tussen gezonde en ongezonde ontwikkeling. Wanneer een persoon tijdens zijn leven steeds zieker wordt, zien we vaak een progressie van een Psorische naar Sycotische en vervolgens Syfilisische gesteldheid. Bij genezing zien we dan een terugkeer via de tussenliggende miasma’s naar Psora. Dit lijkt in tegenspraak met het feit dat Syfilis en Sycosis in het ontwikkelingsmodel een hoger en diepgaander niveau van ontwikkeling hebben. Gezonde ontwikkeling vordert in dezelfde vorm en richting, maar hier worden gezonde, positieve kwaliteiten en karakteristieken bereikt bij het doorlopen ieder stadium. Dit staat tegenover de pathologie ten gevolge van de miasma’s, welke ziekte, een mislukte aanpassingen van elk stadium vertegenwoordigen, welke in toenemende mate materieel van aard is. De progressie van Psora, Sycosis naar Syfilis hoeft niet altijd een degeneratief proces te betekenen, de positieve kwaliteiten van het individu kunnen ook toenemen.

Het niveau van energie als gevolg van de ontwikkeling van de miasma’s, bepaalt tevens de susceptibiliteit voor specifieke verstoringen en hiermee corresponderende vormen van infecties. Miasma’s hebben een unieke relatie met een gemeenschappelijke groep van infecties, maar zijn niet zijn gelijk te stellen met de gevolgen van deze ziekteverwekkers, welke slecht het materiele onderdeel vormen van het levensproces. De miasma’s zijn niet als enige ziekte betrokken bij het individuatieproces, maar ziekte of leerprocessen in het algemeen. De miasma’s hebben een zekere relatie met de ontwikkeling van een mens en de mensheid. In deze zin zijn het universele archetypen. De stress van deze ontwikkeling heeft gevolgen voor het immuunsysteem van de mensen, waardoor ook de corresponderende miasmatische infecties bestaan of kunnen ontstaan. Naarmate het stagnatiepunt verder verwijderd van het centrum van de cirkel is, neemt de frequentie van de energiepatronen en de algemene gezondheidstoestand af.

Psychologische patronen van de 3 hoofdmiasma’s

Psora

Het Psora miasma staat model voor de onderdrukking van de psychische energie, doordat de mens probeert zichzelf als individu of gescheiden entiteit te onderscheiden en daardoor het gevoel van kosmische verbondenheid met de universele vitale stroom verloren heeft.
De positieve kant van Psora, waarbij men zich richt op het absolute centrum, geeft een gesteldheid van onvoorwaardelijke liefde, wijsheid, verbondenheid, harmonie en evenwicht.
God heeft de mens geschapen om het goede te doen, maar met een vrije wil en eigen verantwoordelijkheid, welke de mogelijk open laat om ook verkeerde keuzes te kunnen maken. Ziekte is hier de uiteindelijke consequentie van. Psora is direct verbonden aan het individuele, de geestelijke wil en betreft verstoring op het niveau van het Denken.
Naarmate Psora negatief toeneemt, ontstaat een gesteldheid, waarbij het onderscheidings-vermogen tussen goed of kwaad afgenomen is.
De intellectuele ontwikkeling van een mens versterkt Psora, wanneer deze niet gepaard gaat met een evenredige ontwikkeling van liefde.
De psorische waan van het gescheiden en geïsoleerd zijn, leidt tot een toestand van angst en gevoel van onzekerheid.
Karakteristiek voor Psora is het superioriteitsgevoel van het ego als reactie op de minderwaardigheidsgevoelens.
De feiten worden verwisseld; de waarde van anderen wordt onderschat en men vindt zichzelf verheven en belangrijker.
Psora is introvert individueel gericht, de symptomen van Psora betreffen een diep individueel niveau.
De miasmatische gesteldheid van Psora wordt gekenmerkt door: hyperactiviteit, en een dramatische ontwikkeling van symptomen.
Hier passen middelen in een hoge potenties en een lage herhalingsfrequentie.

Sycosis

Het gevolg van Psora is de onderwerping van de mens aan polariteit, waardoor de tegenstellingen geïntegreerd moeten worden om weer tot eenheid te komen.
De schaduw en scheiding tussen goed en kwaad, gezondheid en ziekte etc. bestaat hierdoor. Er is een verschil tussen wat men werkelijk is volgens de innerlijke essentie en de identiteit die bepaald wordt door externe invloeden.
Deze volgende fase is het Sycotische miasma.
In gezondheid is Sycosis de eerlijkheid, het Voelen welke het gevolg is van het volgen van de hogere wil.
In ziekte is Sycosis de compensatie van de onzekere toestand van Psora in een poging om bescherming en zekerheid in tegenovergestelde materiele zaken te zoeken.
Karakteristiek voor Sycosis is wantrouwen en achterdocht.
Dit leidt tot een onzekere conditie, waarbij men niemand vertrouwt, zelfs zichzelf niet.
Negatieve aspecten van de werkelijkheid, worden uit het bewustzijn gebannen en daardoor onbewust gemaakt.
Deze schaduw komt in een verder stadium weer op een bewust niveau terug als schijnbaar buitenaf komende omgevingsinvloeden, welke door het eigen ontkennende gedrag onbewust in het leven worden geroepen.
Wanneer dit niet gebeurt, openbaren deze zogenaamde externe invloeden zich in de vorm van symptomen in het lichaam.
De schaduw maakt de mens oneerlijk, ziekte en symptomen maken de mens ongewild eerlijk en bewerkstelligen evenwicht. Deze situatie dwingt de mens zich alsnog intensief met zijn gezondheidssituatie bezig te houden.
Sycosis is zowel introvert individueel als extravert groepsgericht (collectief/ niet-individueel).
Het betreft een niveau van de levenskracht welke gelegen is tussen de individualiteit en perifeer energieniveau.
De miasmatische gesteldheid van Sycosis wordt gekenmerkt door extreem langzame, trage, en verraderlijke ziekteprocessen.
Hier passen middelen in de lage tot medium hoge potenties in frequente of niet-frequente herhaling.

Syfilis

In gezondheid staat Syfilis voor moed om zich voor anderen in te zetten en op te offeren.
Het Willen, de tegenwoordigheid van geest in het Handelen, de daadkracht om door de tegenstellingen heen het goede te doen.
In ziekte is Syfilis het vervolg op Sycosis, waarbij de focus is gericht op de destructieve bedreiging vanuit de schijnbare buitenwereld.
Karakteristiek voor Syfilis is het gebrek aan begrip en medeleven, welke tot een totaal geblokkeerde conditie van hebzucht en egoïsme leidt.
Syfilis is extravert groepsgericht op de omgeving of op symptomen in het lichaam.
Bij deze reactie worden delen van het organisme opgeofferd, in een poging om het psorische ziekteproces te stoppen.
In vergelijking met Psora en Sycosis, betreffen de symptomen van Syfilis een meer perifeer, algemeen diepteniveau van de levenskracht.
De miasmatische gesteldheid van Syfilis wordt gekenmerkt door een meestal medium ontwikkelingssnelheid, soms langzaam of snel, snelle verslechtering welke tot onomkeerbaar-heid leidt.
Hier passen middelen in lage potentie in frequente of niet-frequente herhaling.

Evolutionaire Ontwikkelingspatronen:

Stadium 1, 'Licht'
Dit stadium berust op innerlijke waarneming uit het onbewuste, het tast de mogelijkheden af van mentale verschijnselen, zoals visioenen en voorgevoelens, met name archetypische beelden. Onze instincten zijn lichamelijk verankerd, de archetypen zijn aangeboren geestelijke (dynamische) patronen. In deze prepersoonlijke fase identificeert men zich met de fysieke wereld, ondermeer met de fysieke constitutie. De dynamiek van deze fase correspondeert met het Acute miasma. Dit is een snel optredende verstoring met kortdurende crisis waarna of de gezondheid verbeterd is, of de dood het gevolg is. Deze manifestatie is instinctief, kort en hevig en heeft een centrifugale werking (van binnen naar buiten), waardoor een goed doorgemaakte acuut miasmatische ziekte een diep reinigende werking heeft. Het Acute miama of Latente psora, kan in bepaalde perioden ‘acuut’ opvlammen, waarbij de dynamiek groter is.

Stadium 2, 'Nucleus'
Dit is verbonden aan subjectieve omstandigheden, het is gebaseerd op wat vertrouwd en voorspelbaar is op grond van persoonlijke, subjectieve grond. Het verlangen naar overlevingskracht en om energie en vitaliteit op te slaan, veroorzaakt dat er veel energie gespendeerd wordt om dit te krijgen. Er wordt gezocht naar effectiviteit en kracht om zich te handhaven in de gemeenschap. Er is sprake van jaloezie veroorzaakt door de emotionele bezitterige instincten. De behoefte aan emotionele en spirituele veiligheid leidt tot gevoelens van gebrek. In deze prepersoonlijke fase identificeert men zich met de eigen emotie. Vanuit het bewustzijn van de emotie kan nu het fysieke aangestuurd worden. Dit correspondeert met het Subacute miasma, welke wordt gekarakteriseerd door een kritieke situatie gedurende een bepaalde korte periode en indien deze goed doorgemaakt wordt, resulteert in totale genezing. Het toont de afhankelijk van bepaalde voorwaarden, een binding die gerealiseerd moeten worden door de juiste intensieve maatregelen, waarna de veilige situatie bereikt wordt. Deze situatie is gebaseerd is op een harmonieus gevoel, waarbij er een aversie is bij verstoring van deze gesteldheid. Psora is hier halfacuut van aard, waardoor het subacute miasma na een periode van latent te zijn, openbaar wordt en een positieve genezingsreactie kan bewerkstelligen.

Stadium 3, 'Atoom'
Deze fase betreft de subjectieve denkwijze over de innerlijke wereld, met een belangstelling voor denkbeelden, waarbij in de buitenwereld gezocht wordt naar feitelijke gegevens die het denkbeeld staven. Alles wordt geanalyseerd, waarbij het doel is het ‘hoe en waarom’ te weten. Gebruik van het intellect om het onderscheid tussen goed en fout, vroeger en toekomst te maken. Blijft ontrokken aan het onmiddellijke heden. Er moet een logisch raamwerk zijn om iets te kunnen begrijpen en zoekt hierbij naar originaliteit en verandering. Voelt zich in een relatie vaak koud en eenzaam en compenseert dit met een gedreven gedrag. In deze laatste prepersoonlijke fase wordt de identificatie meer en meer losgekoppeld van gevoel/emotie en verschuift deze naar het denken. Hier ontstaan mogelijkheden tot ontplooiing van een persoonlijkheid: de 'persoonlijke' fases. Vanuit het denken kan een zekere controle uitgevoerd worden op het lichaam en de emoties. Die controle kan ook de vorm aannemen van onderdrukking, met alle vormen van pathologie vandien. Het zijn de fases waarin 'ego' centraal staat in de zin van identificatie met het eigen zelfbeeld. Dit correspondeert met het miasma Psora als het begin van chronische ziekte, de onderdrukte symptomen verplaatsen zich van de periferie naar het centrum (centripetaal). De symptomen vertegenwoordigen de prijs die betaald wordt voor het ego, dat tegen de eigen levensbestemming ingaat en waardoor de vitale energie afgesneden wordt. In dit individuele punt is het element Lucht verbonden aan het element Ether. Naarmate Psora toeneemt, neemt het onderscheid tussen wat goed of kwaad is af. Het is niet verwonderlijk dat de ‘grondoorzaak’ van ziekte verbonden is met de bouwstenen (Atomen) van het materiele bestaan. Atomen bevinden zich tussen energie en materie in, ieder atoom is doortrokken van individualiteit. Atomen verkeren in een toestand van constante beweging, vrijheid, op zichzelf staand. Psora heeft gebrek aan daadkracht en te weinig energie, passiviteit, zweverigheid, angst en nerveusheid, onzekerheid, gebrek aan zelfvertrouwen. Psora is een thema verbonden met het hele periodieke systeem, hierdoor is Psora de universele begin en basis voor overige miasma’s.

Stadium 4, 'Mineraal'
Dit is het centrale stadium waar integratie van de onder- en bovenliggend niveaus kan plaatsvinden. Het introverte gedeelte van dit stadium wordt bepaald door de subjectieve realiteit van het ogenblik. Deze gewaarwording wordt sterk beïnvloed door de psychische gesteldheid van de persoon en lijkt uit de psyche zelf voort te komen. Leeft in het hier en nu en relateert alle gewaarwordingen aan eigen plezier of pijn en is niet bewust van de innerlijke wereld van anderen, tenzij nuttig voor het gevoel van eigenwaarde. Het extraverte gedeelte van dit stadium wordt bepaald door de aard van de objectieve realiteit, waarmee de mens wordt geconfronteerd. Deze is gebaseerd op de toekomst en contacten met de leefgemeenschap. Hoopvol en optimistisch om een echte plaats in de maatschappij te vinden. Leeft intens in en betekenisvol in de concrete wereld. Is expansief en zoekt altijd naar uitbreiding van ervaring, hierdoor is er ambitie, agitatie en rusteloosheid. In dit persoonlijkheidsniveau wordt bewustzijn van regels, rollen en normen ontwikkeld, waarbij men zich identificeert met de groep. Wie deze fase niet goed afsluit blijft hangen in dogma’s en onwrikbare meningen. Dit correspondeert met het miasma Sycosis. Sycosis heeft ook twee kanten, want gespletenheid is een prominent kenmerk van Sycosis. In het introverte beginstadium is er een gebrek aan ‘materie’, is er traagheid en heimelijkheid. Bij het extraverte vervolgstadium is er overmaat, overdrijving. De symptomen vertegenwoordigen de manier waarop de patiënt zich voorziet van niet-specifieke energie om zijn psorische tekort aan energie te compenseren. De gemiddelde Sycosis patiënt focust op de materiele wereld (Aarde), de bron van energie voor zijn bestaan, op fysiek niveau heeft hij dan ook de neiging tot overgewicht. Als pathologie veroorzaakt Sycosis diverse ontstekingen en woekeringen van weefsels en stoornissen in de vochthuishouding. Een molecule is het begin van materie, de stabiele atomen zijn opgenomen in de groep, zich ten dienste stellend van het geheel. Moleculen zijn de basis van vloeistoffen, gassen en kristallen, welke een groot deel van de niet levende materie uitmaken. Er is sprake van een eerste binding, waar het handelen op gericht is. Er is hierbij ook verdeeldheid tussen de eigenschappen van de betrokken bestanddelen.

Stadium 5, 'Plant'
Hierbij is het object dat het denken activeert afkomstig uit de buitenwereld. De denkbeelden zijn afkomstig, of ontstaan door de feitelijke informatie (objectief), afkomstig uit de omgeving d.m.v. prikkeling van de zintuigen. Discontinuïteit met het verleden en het heden leidt tot deze fase, waarbij de persoon altijd in de toekomst leeft. Er is een scheiding met alles dat praktisch en concreet is, omdat er geen waarneming van de realiteit is met de zintuigen. Er is een continue ongeduld dat het heden omgezet wordt naar toekomst, welke al waargenomen wordt. Geen punctualiteit of oog voor details, maar gefixeerde ideeën en plannen. Instinctieve behoefte aan communicatie, gevoeligheid, telepathie, intuïtie, integratie. In deze transpersoonlijke fase wordt bewustzijn van het abstracte denken ontwikkeld, de ontwikkeling van een eigen persoonlijkheid. Alles wordt ter discussie gesteld, elk dogma, elke regel, elke vorm. Hieruit kan de ‘rijpe persoonlijkheid’ ontstaan, die in staat is vanuit een eigen referentiekader normen en waarden te ontwikkelen. Wie in deze fase blijft hangen identificeert zich met zijn heldere verstand en ego als zelfbeeld en durft dit niet los te laten. Dit correspondeert met het miasma Tuberculosis: Hierbij is totaal geen interesse voor de materiele wereld en is er verlies van gewicht op het fysieke niveau. Compensatie van de onderdrukte energie met spirituele stimuli, zoals muziek, kunst, esoterische filosofieën etc.. Tuberculosis zoekt rusteloos naar het verlangde toekomstige ‘thuis’, als ziekte veroorzaakt het hitte, koorts, zweten en vermagering. Tuberculosis wordt ook wel Pseudo-Psora genoemd. Psora is ook verbonden aan het element Lucht, de problematiek is hetzelfde, alleen is het bewustzijn niet meer naar binnen op zichzelf, maar naar de beperking van de omgeving gericht. Sycosis en Tuberculosis zijn essentieel hetzelfde, beide worden gekarakteriseerd door een toenemende behoefte om te compenseren. De wijze waarop ze compenseren is tegengesteld, Sycosis heeft betrekking op 'materiele' en Tuberculosis op 'spirituele' zaken.

Stadium 6, 'Dier'
Deze fase is gebonden aan externe en objectieve criteria die worden beoordeeld naar gelang deze gevoeld worden n.a.v. maatstaven, zoals de behoeften van cultuur en sociale omstandigheden. Er wordt gezocht naar een ideale toestand van harmonie en aantrekkingskracht, een goede indruk maken, waarbij men zich op bekwame wijze onmisbaar maakt. Hierbij is een archetypisch beeld nodig, anders ontwikkelt er een conflict tussen de wil en verbeeldingskracht. In deze transpersoonlijke fase vindt integratie plaats van denken en voelen en is er waardering voor verschillen. De waarneming gebeurt vanuit alles wat de mens ter beschikking staat, dus ook de intuïtie. Wie in dit stadium blijft steken, identificeert zich met subtiele gevoelen en intuïtie. Dit correspondeert met het miasma Syfilis: In relatieve gezondheid staat Syfilis voor moed om zich voor anderen in te zetten en op te offeren. Het willen, de daadkracht om door de tegenstellingen heen het goede te doen. Karakteristiek voor de ziekte Syfilis is het gebrek aan begrip en medeleven, welke tot een totaal geblokkeerde conditie van hebzucht en egoïsme leidt. Centraal in de psyche staan wrok, haat en het verlangen gemeen te zijn, woede en razernij, te vernietigen, te doden of zelfmoord te plegen Het is een mix van gestoordheid en genialiteit met een diep gevoel van ironie, welke uiteindelijk tot een obsessie leidt op het gebied van dood en vernietiging.

Stadium 7, 'Mens'
In dit stadium wordt getracht de mogelijkheden te ontdekken van iedere objectieve situatie en zoekt men voortdurend naar nieuwe mogelijkheden in externe objecten. Kan niet toegeven aan onzekerheid en gevaar van de omgeving zonder zelfovergave. Opoffering en het verlangen om orde te brengen in de chaos. Is vaak dankbaar voor kleine erkenningen en verwacht geen beloningen. Moet zich aan het ultieme zelf overgeven of wordt vernietigend in plaats van creatief opbouwend. In dit transpersoonlijke niveau wordt een volledige eenheid met de natuur ervaren, die de lichaamsgrenzen overstijgt. Dit patroon correspondeert met het Carcinosis miasma, waarbij men zwaar onder controle staat van degene van wie men afhankelijk is. Er is het gevoel is dat overleving afhankelijk is van het uitvoeren van bovenmenselijke taken (in het belang van anderen), een inspanning die de eigen capaciteit te boven gaat, falen betekent dood en vernietiging. Er is een tendens om zichzelf, zijn eigen wensen te onderdrukken, gewelddadige relaties, perfectionisme, nauwgezet, overbezorgd en zelfopoffering, welke tot zelfvernietiging leidt. Carcinosis is evenals het Acute miasma verbonden aan het element Vuur, waarbij het opvallend is dat de dynamiek van beiden vergelijkbaar is.

Stadium 8/0, 'Universeel'
Een toestand van transcendentie en integratie, waarbij alle tegengestelde tendensen van de persoonlijkheid verenigd zijn en in de richting van eenwording leiden. In dit transpersoonlijke niveau opent zich de mogelijkheid door middel van een bewuste afstemming een eenheidsgevoel te ervaren dat voorbij alle vormen gaat. Uiteindelijk verloopt deze fase tot het einde van dualiteit, vorm, tijd en ruimte. Dit correspondeert met het Aids miasma, deze heeft associaties met 'grens' kwesties, er is schending en vernietiging van de eigen grenzen; het immuunsysteem bezwijkt. Er zijn geen grenzen in plaats en tijd, het gevoel machteloos en verraden te zijn, juist de mensen die veiligheid en geborgenheid zouden moeten bieden schenden de eigen grenzen. Er is een groot verantwoordelijkheidsgevoel voor anderen, doorzetten ondanks zware omstandigheden, zonder te klagen. Geschiedenis van seksueel misbruik. Er is sprake van zelfverachting, isolatie en vervreemding. AIDS staat voor het vervagen van grenzen in plaats en tijd. Stadium 8 is Syfilis in pure vorm, de symptomen vertegenwoordigen het ultime proces van verval, het intreden van de dood binnen het menselijke organisme.

In Stadium 0 begint de cyclus weer opnieuw.

Resumé

Met het opnemen deze verschillende benaderingwijzen in één model is het niet het doel hier een volledig sluitend overzicht van te geven. Het belangrijkste is het ontstane inzicht dat ziekte onderdeel van een groter geheel is, waarbij het vooral gaat om de dynamische patronen die zich ontplooien. Dit is duidelijk in kaart gebracht in het evolutionaire ontwikkelingsmodel, waarin de diverse relevante patronen een plaats hebben gekregen in het kader van een universele sequentiële ontwikkeling. Duidelijk is dat ziekte zich volgens de regels van Hering ontwikkelt van: Individueel, Acuut, Subacuut, Psora, Sycosis, Tuberculosis, Syfilis, Carcinosis, Aids. en van een Individueel, Geesteljk, Emotioneel, Mentaal, Structureel, Functioneel, naar een Fysiek niveau. Het model geeft ook direct inzicht in de hogere hiërarchie van symptomen van de oplopende niveaus. Hiermee is direct helder dat het individuele constitutiemiddel niet zondemeer gelijkgesteld kan worden aan een voorschrift op een miasma of heersend energiepatroon, welke een momentele fase betreft. Hierbij is het niet zo dat de ontwikkeling een ladderpatroon volgt, waarbij de vorige fases geen rol meer spelen. Het betekent dat een patiënt qua ziekteontwikkeling, energieniveau en dynamiek zich effectief op een punt van deze lineaire schaal zal bevinden. Deze diverse patronen moeten een vast onderdeel zijn van de totaliteit van het ziektebeeld om tot een effectief voorschrift te kunnen komen. Dit heeft direct consequenties voor het middel en de potentie welke voorgeschreven wordt. Het middel moet naast de karakteristieke symptomen, natuurrijk en temperament en interactie tevens corresponderen met het overheersende miasma. Tevens is duidelijk dat naast dit niveau waar het zwaartepunt ligt, andere niveaus tegelijkertijd symptomen kunnen laten zien. Deze kunnen buiten het bereik van het hoofdmiddel vallen en moeten in dat geval aanvullend behandeld worden. Tijdens een dergelijke lagenbehandeling zullen de benodigde middelen een verschuiving in het model laten zien betreffende hun pathologische dieptewerking.

Er wordt ook inzichtelijk gemaakt dat het uiteindelijke doel van de behandeling moet zijn, de persoon qua gezondheid terug te brengen naar het centrum van zijn natuurlijke individuele gesteldheid, welke gelegen is in stadium 4, waarbij de afgesplitste delen van de onder- en bovenliggende niveaus geïntegreerd zijn in het centrale niveau.


Terug